(1984) (euf.) naar het toilet gaan.
• (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)
• (Jacques Kraaijeveld: De grote boodschap. 1991)
• Natuurlijk heeft de vorm van de plee ook aanleiding gegeven tot allerlei benamingen. Te denken valt aan woorden als brillekiek, broeder Bril (`een bezoek brengen aan broeder Bril'), het studentikoze de witte jongen met die bril, hilletje éénoog, Jannegie de eenoog (in Zuid-Holland) en notaris éénoog (met als beroepsverwante uitdrukking voor `poepen' ,,notaris de Bruin geeft kopjes''). De plee bestond lang uit een pot of ton, vandaar benamingen als kiepelton en pot. (Ewoud Sanders in NRC.nl, 05/02/2002)
• (Inez van Eijk: Voor niks gaat de zon op. En zo is het. 2019)