Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 26-12-2020

naar moeder

betekenis & definitie

(1940) (zeem.) naar huis; naar de echtgenote. Variant: onderweg naar moeders.

• ‘Stormvogel hoi!.... Ha die Janùùùùs! Ga je naar moeder toe?!’ (Jan de Hartog: Hollands Glorie. 1940)
• Onderweg naar moeders. Op weg naar huis. (Puzzel Vademecum. Deel 1. 1979 zeemans- en soldatentermen)

< >