(19e eeuw) (euf.) een middagdutje doen.
• Hij is naar Meppel geweest. [Men zegt dit, te Vollenhove, wanneer iemand een middagslaapje heeft genomen.] (P.J. Harrebomée: Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal. 1858-1862)
• Ook M. zelf komt in de volkstaal voor. In de omgeving van M. liggen tal van dorpen en dorpjes, voor welker bewoners een tochtje naar M. niet ver is. Deze omstandigheid gaf misschien aanleiding tot het ontstaan van de uitdrukking: „Hij gaat naar Meppel", voor: hij doet een middagdutje, m.a.w. hij is voor korten tijd afwezig. Te Zutfen zegt men met dezelfde beteekenis: „Hij gaat naar Gorsel", te Breda: „Hij gaat naar Oosterhout", te Gorinchem: „Hij gaat naar Heusden". (Nieuwsblad van het Noorden, 16/09/1933)