(1951) (inf.) verdwenen; ervandoor; spoorloos; even niet aanwezig (bijvoorbeeld voor de deurwaarder). Niet alleen gezegd van personen maar ook van spullen. Soms met de toevoeging 'naar Gouda'. Tijdens W..O. II betekende het: ondergedoken. Johnny Jordaan had in 1971 een liedje met als titel: 'Die is met de muziek mee.'
• Als leste (maar niet het beste) vraagstuk 8, eveneens van Vuurboom, waarin één „wandeling" naar dam te veel in voorkomt. De Glanerbrugger, hierop attent gemaakt, gaf reeds een wijziging van de beginstand, maar zijn briefkaart "is met de muziek mee". (De waarheid, 08/09/1951)
• Hij riep daarom naar een ander raam: "Is mijn suikertante er niet?"
"Nee," riepen ze terug, "die is met de muziek mee." (Het Parool, 13/06/1952)
• O die is met de muziek mee naar Purmerend, zei ik, met een humoristisch slisje in mijn stem. (Raam. Nrs 41-50. 1968)
• Gees had alle hoeken van de kamer te zien gekregen. En Jan Willem had het zelf ook zo moeilijk gehad met borderlines, maar geloof me nou, je schiet er niets mee op en daar zat Geesje, geheel volgens voorspelling en ze voelde zich veel ongelukkiger dan Martje. Die is met de muziek mee, dacht Geesje nu en ze deed nog één vermoeide poging volgens het nieuwe regime, de zogenaamde harde aanpak. (Marijke Höweler: Van geluk gesproken. 1982)
• Sidra's abrupte en uiterst pijnlijke vertrek was natuurlijk de eerste beproeving die bij al deze lichtvaardige beloften hoorde. Juist nu ik dacht met een geheel schoongespoelde lei, op een hoge noot van geel met haar verder te kunnen leven, zonder huwelijksterreur, huwelijkshypocrisie of huwelijksverlamming, was zij weg, ervandoor, met de muziek mee. (Andreas Burnier: De litteraire salon. 1983)
• Eén voor één namen ze de benen, eh, eerst dat mokkel, en begin vorige maand m'n aapje. Die zijn met de muziek mee.’ (Ben Borgart: Levend cargo. 1983)
• Met de muziek mee (g) Onderduiken, ondergedoken. (G.L. van Lennep: Verklarend oorlogswoordenboek. 1988)
• Hoi, Arnold Hendriks is met de muziek mee, maar na de pieptoon kun je een boodschap voor hem inspreken. (Jan Kuitenbrouwer: Lijfstijl: de manieren van nu. 1991)
• De vraag 'Wör is ie? geeft als dooddoener in ze vel, ès ie nie gestrupt is! (in zijn vel, als hij niet gestroopt is), die sti in de hèèj te törve (die staat in de hei te turven, turf te steken), die is mi de meziek meej (die is met de muziek mee), die is nor de Maos um z'n voewte te waasse (die is naar de Maas om zijn voeten te wassen) of die is prijspisse in Tilbörg (die is prijspissen in Tilburg). (Jos & Cor Swanenberg: Taal in stad en land. Oost-Brabants. 2002)
• Ik lachte terug en vroeg aan oma Crooswijk of ze misschien wist waar papa nu was. 'Die is met de muziek mee naar Gouda,' zei ze (Kim van Kooten: Lieveling. 2015)