(19e eeuw, vero.) (inf.) aanspreekvorm: mijn geliefde.
• ‘Wees gerust - sprak toen de moeder
Schrei, melieve! schrei niet meer! (Hajo Albert Spandaw: Gedichten. 1815)
• ‘Ik ben thans ongeschikt, om met u te twisten, melieve!’ antwoordde ik, ‘en toch zoude ik mijne stelling nog durven, verdedigen, indien ik niet vreesde, u het genot van dezen avond te verbitteren, en te gelijk u een blosjen, van onwil op de wang te jagen; morgen echter, of wanneer gij wilt, zullen wij ons gesprek hervatten; ik durf mij met u in geenen strijd wagen, zoo lang mijn hoofd gloeit en mijn hart klopt; gij hebt reeds te veel overwinningen op mij behaald.’ (tijdschrift De Muzen. 1834-1835)
• Melieve! - Stel uw wenschen uit! (Willem Bilderdijk: De dichtwerken van Bilderdijk. Deel 1. 1856)
• ‘Ah zoo! Dan was 't zeker Archie, de laatste nar Zijner Majesteit, in wien gij zooveel behagen schiept, altijd zoo als mij verteld werd, melieve!’ (H.J. Schimmel: Romantische werken. Deel 3. Mylady Carlisle. 1870)
• Hij vervolgde: ‘Melieve, het was mij dezen ochtend bang en zalig beide. Ik heb veel geleden, toen Don Mareo u de hand kuste, en toch dank ik u thans, dat gij het zonder toorn hebt geduld.’ (A.L.G. Bosboom-Toussaint: Engelschen te Rome. Romantische épisode uit de regering van paus Sixtus V. 1906)