Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 28-11-2025

manusje-van-alles

betekenis & definitie

(18e eeuw) iemand die van alle markten thuis is; die op alle vakgebieden over grote handvaardigheid beschikt; duvelstoejager; factotum*; soort duizendpoot. Soms ook m.b.t. een toestel of voertuig. De term werd wellicht voor het eerst gebruikt door de familie Mutzenbach die in de tweede helft van de 18e eeuw in Den Haag een winkel had met de naam Manus-van-alles. De Nederlandse toneelschrijver en novellist Justus van Maurik publiceerde in 1903 een roman met die titel. Vgl. kalefakker*.

• Hij schrijft voor alle smaken, en bakt voor alle standen; hij is een ‘Manusje-van-alles’ der novellistiek. Komaan, Meneer Van Maurik, laat uw kameleon-politiek varen, kom uit den hoek, zie ons onder de oogen, en vertel wat gij met de godelijke kunst voorhebt. (De Nieuwe Gids. Jaargang 1. 1885-1886)
• De Brusselsche brandweerman is, om een oude Haagsche uitdrukking te gebruiken, een soort Manusje van alles; hij is brandweerman, politieman en soldaat, alles naar omstandigheden. (Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, 10/04/1897)
• In zijn voelwerk, zijn verzen, zijn drama's, zijn comedie's, was hij voor mij een sprekend element van verburgerlijkte, gevulgariseerde literatuur-verlekkering, of de voor een Manusje-van-alles-poseerende waarheidszegger aan Nederlanders. (Israël Querido: Meditaties over literatuur en leven. Deel 1. 1898)
• De straf, betiteld met ‘schoenensalon’, bestond uit opsluiting in een vertrekje, waar de jongens 's avonds voor het souper hun schoenen moesten brengen, die daar dan door Kobus, een manusje-van-alles, werden gepoetst. (J.B. Schuil: Uit den kostschooltijd van Jan van Beek. 1910)
• Maar Hogarth schroomde niet, waar hij lust had, zich in den vinnigen en weinig delicaten strijd van meeningen en om invloeden te werpen, die om hem woedde. Een bête-noire van hem was het Manusje van alles, William Kent, gunsteling van den maeceen Lord Burlington, architect en arbiter elegantiarum, groot plagiarist en decadent der Italiaansche renaissance. (Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 25. 1915)
• Een robuust „Manusje van alles” van de DAF, de „Export-Pick-ups.” (Deventer dagblad, 02/02/1955)
• Tijdens een demonstratie van het Engelse leger in Wiltshire knipte de fotograaf deze plaat van een „manusje van alles in de lucht" (een helikopter) die een „manusje van alles op de grond" (een jeep) op het oefenterrein afzet. (Het vrije volk, 23/04/1959)
• Een gemotoriseerd „Manusje van Alles” is dit karretje, dat nagenoeg ieder terrein kan overwinnen, mede dank zij de aandrijving op alle wielen. (De nieuwe Limburger, 14/12/1965)
• De Westduitse Starfighter verschilt van het Amerikaanse ontwerp. De Amerikanen hadden de Starfighter alleen als jachtvliegtuig bedoeld, terwijl de Duitsers er een „manusje-van-alles" van maakten. (Nederlands dagblad, 13/11/1974)
• Nu ga ik als manusje-van-alles op het LUC in Diepenbeek werken en dat zie ik wel zitten. (Het Belang van Limburg, 02/02/1994)
• Hijzelf is het manusje-van-alles, zijn vrouw verzorgt spijs en drank en de kinderen bedienen aan tafel. (De Tijd, 10/02/1996)
• Hoewel AI op de werkvloer in opmars is, gebruiken veel mensen het vooral als manusje-van-alles in de privésfeer, tonen bevragingen. (De Morgen, 14/04/2025)

< >