Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 15-12-2020

mannelijkheid

betekenis & definitie

(17e eeuw) (euf.) mannelijk geslachtsorgaan. Vgl. Engels: manhood. Zie ook: mannelijk deel.

• Om dit te begrijpen, moet men weten, (volgens de Figuuren van mijn Anatomie) dat het bovenste en zijdelijke gedeelte des Mannelijkheid, uit twee vliesige ofte blaasagtige lighamen bestaat… (Steven Blankaart: Een nette verhandeling van de leger-ziekten, als mede van de scheeps-ziekten. 1703)
• Met d’r hakke trapte ze op z’n gezich—’t vel hing d’r met lappe bij—de kleere trokke ze van z’n lijf tot-ie d’r nakend bij lag—’n woord ’n ongeluk dad-’k ’r an lieg, ze bonde ’n touw an z’n mannelijkheid—zoo trok ’t pareigem ’m vort. (Herman Heijermans: Diamantstad. Tweede druk. 1906)
• Zekere soldaat werd het volgende ten laste gelegd: ‘dat hij, terwijl hij niet met nader te noemen vrouw was gehuwd vleselijke gemeenschap heeft gehad, althans ontuchtige handelingen heeft gepleegd met Hendrika X, hebbende hij alstoen aldaar opzettelijk ontuchtig zijn ontblote mannelijkheid gebracht of gehouden tegen dan wel ter hoogte van de ontblote vrouwelijkheid van voormeld meisje en op en neer gaande bewegingen gemaakt totdat een zaadlozing volgde.’ (Hitweek, 06/10/1967)
• Met welgevallen voelde hij zijn mannelijkheid tintelen en opzwellen, terwijl hij toch nergens aan dacht. Hij glimlachte en groette: ‘Dag ochtenderektie.’ (Hans Plomp: Brigadier Snuf rookt stuff. 1972)
• De jongeman draaide zijn bekken naar voren, met een voor de visiteur wel zeer aanstootgevende of verleidelijke mannelijkheid. (Johnny van Doorn: Mijn kleine hersentjes. 1972)
• Volgens mij heeft God, met in zijn ene hand een cither en met de andere zijn manlijkheid beroerend, van onder een zwarte zuidwester de wereld geschapen. (Gerard Reve: Oud en eenzaam. 1978)
• Arie opende met gespreidde benen en gestrekte vingers zijn gulp en pakte zijn mannelijkheid. Ze schrok. (Heere Heeresma: Een hete ijssalon. 1982)
• Hij ziet dat ze in het flauwe maanlicht naar zijn hand kijkt waarin zijn mannelijkheid obsceen ligt te kloppen. (Hans Plomp: Open inrichting. 1985)
• Els had intussen zijn geslacht onder zijn buik vandaan weten te wurmen en lag nu verwoed aan zijn niet in beweging te krijgen mannelijkheid te sabbelen. (Robert Long & Cees van der Pluijm: Hete klippen. 1991)
• (Frans Debrabandere: Kortrijks woordenboek. 1999)
• Ze voelt zijn mannelijkheid tegen haar aan drukken, dwingend, eisend. (Renske de Greef: Lust, liefde, seks en bambihertjes. 2004)
• En als je er dan zeker van wilt zijn dat je géén kinderen meer wilt, dán kan je dat het beste doen door jouw ‘mannelijkheid’ voorgoed te laten doorknippen (Bastiaan Ragas: Maar je krijgt er wel heel veel voor terug. 2011)
• Alles bij elkaar duurt het amper twintig seconden voordat mijn mannelijkheid dusdanig is gegroeid dat het onmogelijk voor haar wordt om hem in zijn geheel in haar mond te houden. (Jeroen Guliker: Verborgen vrucht. 2011)
• Haar hand, die bij het ochtendgloren mijn mannelijkheid gewogen had, die pijnlijk klopte (of zweerde) van alle ontladingen gedurende de nacht. (A.F. Th. Van der Heijden: De ochtendgave. 2015)Haar hand, die bij het ochtendgloren mijn mannelijkheid gewogen had, die pijnlijk klopte (of zweerde) van alle ontladingen gedurende de nacht. (A.F. Th. Van der Heijden: De ochtendgave. 2015)
• Marsja heeft naadloos mijn ritme overgenomen en bewerkt mijn mannelijkheid met haar strakke drijfnatte heerlijkheid en het kan mijn jonkheer zeer wel bevallen. (Co Pee: Afhaalchinees. 2016)
• Toen een van beiden in het midden van de nacht plots begon te tasten naar de “manlicheyt” van zijn bedgenoot, werd hij al gauw gewaar dat hij een blauwtje zou lopen. (Wannes Dupont e.a.: Verzwegen verlangen. Een geschiedenis van homoseksualiteit in België. 2017)
• Ze rukt zijn handen weg van zijn kruis dat hij angstvallig probeert te beschermen, het laatste bastion van zijn mannelijkheid. (Joost Vandecasteele: Wraakengel. 2019)