Gepubliceerd op 29-11-2020

lid

betekenis & definitie

(15e eeuw) (euf.) mannelijk geslachtsorgaan. Reeds opgetekend in de 'Spelen van Cornelis Everaert' (1509-1538). Vgl. Eng. member. Veralgemening want technisch gezien slaat het woord op ieder afzonderlijk deel van het lichaam. Het is dus een vage term, waarvan de betekenis enkel duidelijk wordt door de context. Zie ook: lidcactus*.

• ‘Zo?’ antwoordt de medicus, terwijl hij zich uit z’n gebogen houding opricht en met ’t injectieapparaat Maurits nadert, ‘dan zulle we ’s kijke, wat we voor je doen kunne.’ En na aandachtige betasting van het lid, waarschuwt hij: ‘stil blijve ligge, hoor!’ (L.H.A. Drabbe: De sluier. 1872)
• Zij bluften de volgende dag over wat zij gedaan hadden, wat het meisje had gezegd, en hoe zij zich bewonderend had uitgelaten over de grootheid van wat zij bezaten. Nog steeds was ik de enige, wiens lid men niet gezien had. (Louis Paul Boon: De paradijsvogel. 1958)
• Niemand had het lid van de Führer ooit gezien. (Jaap Harten: De getatoeëerde Lorelei. 1968)
• Met haar mond omknelde ze mijn lid en bewoog heftig op en neer. (Jan Cremer: Made in USA. 1969)
• ‘Nee, ik verdom het,’ zei ik, net op het ogenblik dat ze m'n zip had opengetrokken en een zachte kreet van verrukking slaakte bij de aanraking van mijn verhit, hard overeind staand lid. (Johan Fabricius: Met klein orkest. 1971)
• Oom Harm’s manchester broek hing wijd open, ik zag het dicht kroezelende zwarte haar en het lid… (Maartje Luccioni: Wie nu geen huis heeft. 1974)
• Ze werd zich bewust dat ze hevig naar zijn mond verlangde, terwijl zijn lid stil werd in haar. (Theun de Vries: Het zondagsbed. 1975)
• Ook haar andere hand gaat naar beneden en trekt mijn stijfgeworden penis naar buiten. Ze vouwt er haar vingers omheen. Onze blikken ontmoeten elkaar en ik zie hoe haar lippen mijn lid naderen. (Robert Franquinet: Drijfzand. 1977)
• Hij merkte echter dat hij een erectie kreeg en liep vervolgens met de papieren tas voor zijn buik langzaam langs de etalages van winkels tot de spanning uit zijn lid was verdwenen. (Leon de Winter: De (ver)wording van de jongere Dürer. 1978)
• Zij rukt aan het slappe lid, het doet pijn. (Hugo Claus: Het verlangen. 1978)
• ‘Denk maar aan je Armand,’ fluisterde ik haar bijna hoorbaar toe, mijn lid langzaam bijna uit haar trekkend om het dan weder snel in haar te stoten. (Gerard Reve: Oud en eenzaam. 1978)
• Een niet zo professionele camera probeert een detailbeeld te geven, van de twee mannen die samen hun lid in de vagina hebben binnengebracht. (Hugo Raes: Het jarenspel. 1981)
• Hij zag hoe ze nu ook even haar beenspieren bewoog. Dat moest hij ook altijd als hij zich afrukte. Daar kon je niets aan doen. Ook nu niet terwijl hij zijn lid steeds steviger bekneep en masseerde. (Heere Heeresma: Een hete ijssalon. 1982)
• Ik hou van alle vrouwen. Mijn lid is veel te groot. (Prof. Dr. Stefan Lievens: Graffiti. Handschriften op muren en toiletten. 1984)
• .... nauwelijks had ik mijn broek opengeknoopt en mijn lid te voorschijn gehaald of ik kwam klaar, zonder plezier, met een flauwe ontzenuwende opgewondenheid. (Adriaan Morriën: Plantage Muidergracht. 1988)
• Maar ik hoefde niet te kijken om te weten dat hij met zijn gezwollen lid in zijn hand stond. (Louis Ferron: Karelische nachten. 1989)
• In een van mijn wanhoopspogingen maakte ik op een keer bij klaarlichte dag, toen ze zich in een stoel verveeld mijn liefkozingen liet welgevallen, mijn broek los en liet haar mijn stijve lid zien. (Hans Dorrestein: Alle verhalen. 1990)
• ‘Wou je weer vogels vangen?’ vroeg de zuster lachend, terwijl ze voorzichtig, om hem geen pijn te doen, de rits opentrok, het gezwollen lid weer in zijn onderbroek stopte en toen teder zijn broek sloot, alsof hij een kind was dat van de wc kwam. (Kees Simhoffer: De apotheek van Hippocrates. 1992)
• De vingers van de gaskamerman razen over het uiteinde van z'n lid, vloeien door het warme, zoete sap dat door de stam van z'n lid naar boven stijgt en naar buiten spuit. (J.M.H. Berckmans: Het zomert in barakstad. 1993)
• Hij duwt haar schaamlippen uiteen en brengt zijn lid op klinische wijze in. (Henry Sepers: Het feest van de mollen. 1993)
• Hammie knielde voor hem en maakte kloppende bewegingen met zijn half-erecte lid. (Hans van der Kamp: Nette mensen in een nieuwe tijd. 1993)
• De mens achter/aan de penis vertelde wel waarom hij een lid wilde hebben van op z'n minst een gemiddelde grootte. Hij wilde namelijk niet meer opvallen in de sauna of op het naaktstrand. Maar niemand vroeg hem waarom hij in vredesnaam zijn beslissing voor een operatie plus zijn kleiner dan gemiddelde lid op televisie wilde vertonen. (De Groene Amsterdammer, 23/11/1994)
• De schrijver Hennique brieft de broers door dat De Maupassant zijn lid eens liet beschilderen alsof hij syfilis had om vervolgens naar een van zijn maitresses te gaan en haar met geweld te nemen. (de Groene Amsterdammer, 26/07/1995)
• Een lid is pas mannelijk als het met gepaste vanzelfsprekendheid wordt gepresenteerd op het moment dat er vraag naar is. Met haar mond omknelde ze mijn lid en bewoog heftig op en neer. (Lydia Rood: Zij haar zin. 1996)
• Ze liet haar wijsvinger even langs de volle lengte van zijn lid gaan. (Lydia Rood: Louter lust. 1997)
• Zijn lid bleef stijf en hij bleef in haar. (Peter Langendam: Biefstuk, sla. 2000)
• Ze zwaaien met hun lid in het rond, pakken elkaar van achteren en simuleren allerlei standjes. (Nieuwe Revu, 23/02/2000)
• De overige dorpelingen laten zich de close-ups van twee verstrengelde vrouwenlichamen duidelijk welgevallen. Hitsig worden sommigen er ook van. Een absurde overspelscène met -naar verluidt- een gezwollen lid van 27 centimeter is een van de gevolgen. (TRouw, 31/05/2001)
• Een grote glimlach verscheen op haar gelaat en ik voelde haar hand bij mijn lid. Ze omvatte mijn staaf en zei: ‘Zo jochie, ben jij zo blij bij me in bed te liggen?’ (Peter Langendam: De trechtermoord en andere verhalen. 2008)