(1958) (straatjeugd) lampen stelen uit de straatlantaarns.
• „Lampie-pikke !” Zolang er straatverlichting bestaat, zolang zijn er kwajongens en baldadige ouderen geweest, die deze tot mikpunt van hun vernielzucht hebben gekozen. Nu is het tegenwoordig niet meer 'zo erg als in de tijd van de olielampen toen soms hele lantarens worden gestolen en ook gapt men in Rotterdam de lampen niet meer uit de lantarens. De opzettelijke vernieling van lampen onder normale weersomstandigheden komt ook al zelden meer voor. (De Maasbode, 20/12/1958)