Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 19-10-2024

lampie licht

betekenis & definitie

(1922) (Amsterdam, Rotterdam) pils in een klein glas.

• Nu het Nederlandsche volk te nauwernood een beetje bekomen is van de troonrede en de Rotterdammers van het loeien van het volkslied: „Leve het lampie licht!” tijdens het bezoek van de koningin, hoort men weer allerwegen bittere klachten over de stijging van de prijzen der noodzakelijkste levensmiddelen, welke natuurlijk het meest drukt op den werkenden stand, die altijd trouwens in den hoek staat waar de meeste klappen vallen. (Recht voor allen; weekblad van de Socialistische Partij in Nederland, 04/10/1924)
• Gaat maar eens langs de groote café’s; ’n pot bier is de gewone drank geworden van het moderne meisje. Imiteert ze eenige beschaving, dan bestelt ze „’n glas pils’, en lacht hoonend, als de kellner „met suiker ?” vraagt; het volksmeisje is verzot op „’n lampie licht”. (De goede tempelier; orgaan van de Nederlandse Grootloge der Internationale Orde van Goede Tempelieren, 12/09/1926)
• De combinatie had een „kwajen” dag. Geen cent verdiend, verlies van benzine, en den heelen dag gesjouwd inde warmte. Het „lampie licht” was er niet eens op overgeschoten. (Nieuwe Haarlemsche courant, 06/08/1927)
• Het werd een kostelijke middag, de vrienden wezen hem geestdriftig op het stadhuis, waarbij vergeleken dat van Kopenhagen kinderwerk is, en troonden hem mee naar danspaleizén en feestlokalen. waar ieder welkom is, zoolang ie nog geld heeft voor wat men in de eerste klas gelegenheden met de derde klas prijzen „een lampie licht” plegt te noemen. (De avondpost, 23/02/1928)
• Dan moeten er oesters bij en kaviaar en champagne en whiskey-soda. Dat zet dammen aan den dijk. Geen belegde broodjes met een lampie licht. (Sport in beeld, 29/11/1932)
• Dit statistische museum, — het is werkelijk een wonder, zooveel als er in staat! — bevat n.l. een paar alleraardigste teekeningen over criminaliteit, en den invloed daarop van het gebruik van min of meer alcoholhoudende vloeistoffen, varieerende van het bekende „lampie licht" van den Rotterdammer tot het jajempie van den hoofdstedeling. (Het Volk, 13/12/1932)
• De man achter de tapkast demonstreert verder weinig interesse. Hij leunt met zijn arm op de toonbank en tuurt peinzend naar buiten. Zijn vingers trommelen op het houtwerk.
Kees staat daar als een geslagen hondje.
„Zou U denken..." zegt hij.
Er komt een zeeman binnen. De baas kijkt om.
„Goeie..." zegt de sailor.
„Goeie..." zegt de baas.
„Een lampie licht..."
„Een lampie licht..." zegt de huurbaas. (Klaas Smelik: Storm over de oceanen. 1938)
• Lampie licht: een kleintje pils. (Paul van Riel: Kroegwoordenschat. 1998)
• De bruine kroegen op en rond de Prinsengracht zijn er ideaal om in een gezellige sfeer te genieten van een kopstoot, een oude klare met een glas bier of een lampie licht, een pils in een klein glas. (De Standaard, 08/12/2001)

< >