(19e eeuw) (ook: lampetteren) (Vlaanderen, inf.) veel drinken, zuipen. Syn.: lappen*. pappen*; versassen*; zatladderen*.
• Hij zou Everaart doen terugkeeren; al de bar voetloopers van 't dorp wat duimkruid geven om eens ferm te lampetten, alle dagen fijn gebraad van den krulstaart eten.... (Isidoor Teirlinck: Arm Vlaanderen. 1892)
• Lampetten, w., o. - Buizen, overdadig drinken, Fr. boire copieusement. (Ook in Limb., z. Sch.) Ze hebben gisteren goe' gelampet. Hij houdt van te lampetten. - V. D. vermeldt het w. als gewest. - Afl. Lampetter. (Jozef Cornelissen & Jan Baptist Vervliet: Idioticon van het Antwerpsch dialect. 1900)
• (Isidoor Teirlinck: Zuid-Oostvlaandersch Idioticon. 1905)
• Als wij zoo enkele pinten geledigd hebben, voelen wij ons heel andere pieten. Die andere pieten beginnen op hun beurt te lampetten en te gabberen. (Jozef Liebens: Staf Stappers: student. 1944)
• Lampetn - wkw. (lampêtede, gelampêt): zuipen, overvloedig drinken, onmatig Jenever enz.) drinken ; ook : lampéttern, pottelêtn. (Roland Desnerck: Oostends woordenboek. 1972)
• (L. Lievevrouw-Coopman: Gents Woordenboek. 1974)
• Om drinken te zeggen is er een lange litanie van krachtige en schilderachtige sinoniemen en superlatieven: zuipen, buizen, binnenkappen, pompen, lampetten, tanken, binnenbrassen, zwabberen, heffen, tempelieren, enz. (Jack De Graef: Het Groot Woorden- en Liedjesboek over het Antwerps dialekt. Vierde aangevulde druk. 1981)
• (Walter de Clerck: Nijhoffs Zuidnederlands Woordenboek. 1981)
• Hup Holland hup! Lampetten is de leuze als u de liters in uw hoofden giet! (De Tweede Ronde. Jaargang 9. 1988)
• (Aldert Walrecht: Woordenboekspel. 1991)
• (Claire van Putten: Antwerps zakwoordenboek. 1993)
• (Edmond Cocquyt: Nieuw Gents Idioticon. 1995)
• Jack de Graef: Het Antwerps dialect van dezekestijd tot in de 21e eeuw. 1999. 11e druk)
• (Frans Debrabandere: Kortrijks woordenboek. 1999)
• Lampetten. ww.onov. zie VD: (gew.) (veel) drinken. Joenges, gale kunt nogal is lampette! (H. Diddens: Woordenboek van het Mechels dialect. 1999)
• (Herman J. Claeys: Vlaams Dialecten Woordenboek. 2001)