(19e eeuw) (vero.) dronk van drie glazen voor drie personen.
• En met zeker genoegen voert men ons nog naar de ‘lijken’ in de eetzaal, waar de makkers hun ‘stervende’ kameraden bijstaan, er volgen tooneeltjes als bij de Romeinen in hun decadentie en we gaan weer terug om ‘klaverblaadjes’ te zien drinken, het roode vocht door onvaste hand naast de kelk over handen en tafel te zien schenken. (A.C.J. de Vrankrijker: Vier eeuwen Nederlandsch studentenleven. 1939)
• (Paul van Riel: Kroegwoordenschat. 1998)