Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 15-12-2022

kaasbol

betekenis & definitie

1) (19e eeuw) (sch.) garibaldihoed. Ook wel: kaasje. Syn.: dop*, rijstebol*.

• Een derde groep zijn de spotnamen van voorwerpen, die in bepaalde kringen, in jongenstaal, in volkstaal, in soldatentaal, in jagerstaal, in studententaal, in ‘boeven’-taal, naast de eigenlijke naam ontstaan: knol of raap (= horloge), volle maan of maneschijn (kaal hoofd), krentebaard, kaashoofd, rouwranden, (vuile nagels,) aardbei (rooie neus), vuurtoren (roodharige), een kale knikker, kachelpijp, (hogehoed), ezelsoor (in een boek), kinderkopjes (hobbelige straatkeien), pijpesteel (magere hals), koffiemolen (lokaalspoorlokomotief), zwaluwstaart (pandjesjas), dopje, meloentje, kaasbolletje, rijstebol (ronde herehoed), driedekker, schuit, fregat, Dreadnought (nieuwerwetse grote dameshoed); onder soldaten: spuit of potlood (geweer), kaasmes of lat (sabel), brandemmertje (sjako), scheerkwast (pluim), sigarekoker (leren tas), strijkijzers, vioolkisten, sigarekisjes, stoomboten, schuiten, schepen, turftrappers, klompen (schoenen), onder jagers: zweet, wol, pluim, onder studenten: kast (kamer): onder ‘boeven’: paraplu, (gevangenis). (De Nieuwe Taalgids. Jaargang 4. 1910)
• Daar nadert 'n Zondagsche heer, die in de huizenluwte even uitblaast van de worsteling met dien onzichtbaren vechtjas. Dan waagt hij zich' aan den hoek Een oogenblik en 's mans „kaasbol" zweeft in 't vrije, al verder en verder, terwijl z'n zorgzaam gekamde haren opstand preeken. (Nieuwsblad van het Noorden, 23/02/1911)
• Europeanen in krakend-gestreken toetoeps, stroohoed, harde kaasbol, slappe vilthoed of meer modern 'n Engelsche tropenhelm op. (P. Verhoog: Onder de Tropenzon. Een zeeverhaal. 1925)
• Molly zag de kaasbol liggen, Molly kroop er daad'lyk in, Wiegen in het warme hoedje, Dat was echt naar Mollies zin. (Voorwaarts, 10/04/1929)
• En nu hadden zij een mooi, nauwsluitend costuum voor hem laten maken en droeg hij voor het eerst, een mooi staand boordje, en op zijn zonverbrande kop met de uitgebleekte haren stond ... een zwart stijf hoedje, 'n kaasbolletje. (Joris van den Bergh: Te midden der kampioenen. 1942)
• (Pim Oosterheert: Bommellexicon. Van Aanmaak tot Zwirkvlaai. 2005)

2) (W.O. I) (Vlaanderen, sold.) Britse mortierbom.

• Kaasbol, Vl. voor de Britse ‘toffee apple’ mortierbom. (Tony R. De Bruyne: Soldatentaal 1914-1918. 1994)

< >