1) (1981) (voetb.) Ajacied. Voor veel supporters is Ajax een specifieke jodenclub. In een Israëlische televisiereportage (in 1999 uitgezonden in het actualiteitenprogramma NOVA) opgenomen rondom Ajax-Fortuna, werd uitgebreid aandacht besteed aan Ajax-fans die blijk gaven van hun verbondenheid met het Israëlische volk. De meeste fans hebben geen joodse achtergrond maar dragen een davidster als tatoeage of ze dragen vlaggen met het symbool. Veel joden zijn er niet gelukkig mee. Wellicht is het imago ontstaan in de vooroorlogse periode, toen Ajax nog in een stadion op de Middenweg speelde, ter hoogte van het huidige Christiaan Huygensplein in de Watergraafsmeer. Supporters van bezoekende clubs die per trein kwamen, stapten doorgaans uit op het Weesperpoortstation, waar veel joodse straatverkopers aanwezig waren. In de jaren zestig en zeventig, die voor Ajax erg succesvol waren, bliezen echte joodse mensen zoals voorzitter Jaap van Praag, masseur Salo Muller en spelers Bennie Muller en Sjaak Swart het imago van 'jodenclub' weer nieuw leven in. Sedert de jaren tachtig van vorige eeuw is 'jood' een nieuwe carrière begonnen als provocatie. Maar zoals bij veel scheldwoorden het geval is, begon de uitgescholden partij het scheldwoord zelf te gebruiken, als geuzennnaam. In Groot-Brittanië heeft de groep van de Spurs als bijnaam 'de Yids Army', oftewel het Joodse leger. Zie ook: jodenclub*.
• Ajax-FC Utrecht was zaterdagavond al aan de gang toen FC Utrecht supporters rechts naar het doel van Piet Schrijvers een groot wit doek met rode letters (de Ajax kleuren dus) over de afrastering hingen. Joden Stinken stond erop, met daarboven de davidster. (Nico Scheepmaker: Trijfels. 2006) (gepubl. 09/06/1981)
• De supporters van Ajax, en vooral de beruchte F-side, hebben de scheldnaam 'jodenclub' inmiddels tot geuzennnaam verheven. (Eric Slot: Kleine Encyclopedie van de Wansmaak. 1992)
• Als Ajax in nood is en met 1-0 achterstaat, dan gaan de echte supporters mee. Was wel blij dat ik toen al niet kon schreeuwen. Mijn hele vak zong: ‘Joden, joden, joden kampioen’. (Youp van ’t Hek: En het bleef nog lang onrustig in mijn hoofd. 1996)
• Een andere bron uit Amsterdam bevestigt via een autotelefoon dat 'de joden' inderdaad op die plek zijn gesignaleerd. (Nieuwe Revu, 26/02/1997)
• 'Wij gaan lekker naar de wedstrijd. Het hangt helemaal van de joden af.'
'Joden?' vraagt de ME'er hardop, enigzins geshockeerd. Hij is duidelijk niet vertrouwd met het hooligan-jargon voor Ajax-supporters. (Nieuwe Revu, 04/03/1998)
• Het is een dilemma: Ajacieden noemen zich Joden, maar anderen dan Ajacieden mogen Ajacieden geen Joden noemen. Het probleem is toch vooral ook een Ajax-probleem. Ajax moet die vlaggen van Israël maar eens uit de Arena weren en Ajax moet ook maar eens wat doen aan dat gebral van de eigen 'Joden'. (Trouw, 01/05/1999)
• Naar aanleiding van die joodse uitstraling begonnen, toen eind jaren zeventig het supportersgeweld zijn intrede deed, de aanhangers van de tegenpartij de Ajax-toeschouwers massaal voor 'joden' uit te schelden. Op dat moment, toen Jaap van Praag, Sjaak Swart en Ben-nie Muller net een paar jaar eerder bij de club waren vertrokken, adopteerden de Ajax-supporters op de F-side de titel 'joden' als geuzennaam. (Nieuwe Revu, 27/10/1999)
• De scheldwoordenschat in Nederlandse voetbalstadions is ontstellend simplistisch van aard. Iedereen die niet uit de Randstad komt, is een 'boer', supporters van clubs in de buurt van de oostgrens heten 'moffen' of 'NSB'ers', Amsterdammers zijn 'joden' en MVV'ers 'vlaaien'. Omgekeerd hebben supporters van De Graafschap en PSV het woord 'boer' als geuzennaam geannexeeerd, in 'wij zijn superboeren', zoals ook Ajacieden zingen dat ze 'superjoden' zijn. (Elsevier, 09/11/2002)
• Fans van Ajax roepen hun hele leven al dat ze 'superjoden' zijn. Dat heeft niets met racisme of wat dan ook te maken. ''Het is een geuzennaam. Wij zijn er trots op. De fans van De Graafschap noemen zich toch ook superboeren? Heeft daar ooit één boer over geklaagd?''
Bovendien stond er een fout in de column, vindt Peter. Heertje kan namelijk niet goed luis-teren. Ajax-fans zouden zingen: 'Wie niet springt, is een jood', maar dat zingen juist de supporters van Feyenoord. ''Wij zingen natuurlijk: 'Wie niet springt, is géén jood'. Zat Heertje soms in een Feyenoord-vak?'' (het Parool, 22/02/2003)
• Het station is net een echoput. Het gezang en gejoel komt overal vandaan, kaatst overal heen: Joden-oden-den... Daar-aar hoorden-oorden ze eng-engelen-len zing-zingen... ajax-jax-jax-jax-ax-ax-x-x. (Jan Eilander: Raffie. 2005)
• Omdat iedereen ons Joden noemden, gingen we ook jasjes maken met davidsterren erop. Die verkochten ontzettend goed, maar opeens moest ik bij Arie van Eijden en Michael van Praag komen en ze zeiden: ‘Wij willen van dat “Joden”-imago af. Dus we zien de verkoop van die T-shirts door de vingers, maar dan moet dat met die davidsterren stoppen!’ (Paul C. Vos: Hooligans. 2006)
• Het Centrum Informatie Documentatie Israël, het cidi, wil dat de Ajax-supporters ermee stoppen om Joden als geuzennaam te gebruiken. Omdat het Jodenhaatleuzen zou uitlokken. Er zijn dus andere mensen die haatleuzen roepen tegen Ajax-supporters en aan de Ajacieden wordt gevraagd om te stoppen met het uitlokken daarvan. (Joep van Deudekom: Vind ik leuk. 2011)
• De hele week hebben we uitgekeken naar de wedstrijd tegen AZ. Met Beverwijk nog vers in het geheugen is de kans op lokale ‘Joden’ groot in de Noord-Hollandse stad. (Yoeri Kievits: Rotterdam Hooligan. Leven met en sterven voor Feyenoord. 2012)
• Ajax-supporters namen ook de geuzennaam ‘joden’ aan, wat weer tot gevolg had dat Feyenoord-aanhangers misselijkmakende liedjes en geluiden produceerden. Dat begon bij een wedstrijd met sissende geluiden, refererend aan het Duitse gifgas, om vervolgens verder te gaan met slogans als ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas’ en ‘Wie niet springt is een jood!’ – een spelletje waar tienduizenden mensen aan deelnamen. (de Groene Amsterdammer, 18/12/2014)
• Zoals altijd is zijn entree luidruchtiger dan die van de anderen. ‘Joden! Joden!’ horen we hem schreeuwen op de trap terwijl hij stampend als een olifant naar boven dendert. (Menno Pot: Vak 127. 2014)
• Niet lang daarna joelt de F-side “Joden Joden!” over het veld. (Roos Schlikker: We rommelen maar wat aan. 2016)
2) (1996) (jeugd) onder gabbers (hip geklede en vaak kaalgeschoren jongeren die houden van gabberhouse) een minachtende benaming voor iemand die ze verachten (vooral dan de vertegenwoordigers van de gevestigde orde).
• Even later is de transactie rond onder toeziend oog van een politiewagen die de gabbers bijna permanent in de gaten houdt. 'Joden' worden ze door de gabbers genoemd. Net als iedereen die ze niet mogen. Amsterdammers zijn 'joden', campingbewakers zijn 'joden'. (Nieuwe Revu, 07/08/1996)
3) (2013) (jeugd) uitroep van bijval: geweldig, goed.
• Ik lees net dat het woord Jood in Leiden en Den Haag wordt gebruikt als superlatief. 'Hebt u zoete appels, marktkoopman?' 'Ja, meneer, volop.' 'Jood!!' Een prachtig initiatief. Nou ja, initiatief. Zo gaat dat niet met spreektaal. Opeens gebruik je zo'n woord, zonder dat je er erg in hebt. Ik zie het mij wel gaan gebruiken. 'We hebben onze vakantie geboekt. We gaan naar de Algarve. 'Jood!' Het is een fijn woord om te zeggen. Tot nu toen gebruikte ik het niet veel. Te beladen etc. Voor je het weet staat Frits Barend schuimbekkend achter in je tuin om je iets te verbieden. (Nico Dijkshoorn in De Volkskrant, 16/01/2013)
• Marc van Oostendorp heeft in elk geval niet te klagen over aandacht voor zijn tweet over een nieuw gebruik van het woord 'jood'. De Leidse taalkundige had geconstateerd dat jongeren op het schoolplein in zijn stad het woord geregeld gebruiken in plaats van 'vet'. 'Gaat de les niet door?' 'Jood!' (Lucas Gasthuis: Taal Twee. 2018)
4) (1938) (Amsterdam, veemarb.) het getal zeven.
• ‘Zeven’ wordt in de veemtaal vaak aangeduid als ‘jood’ (voor de verklaring zie De Jager's genoemd artikel). ‘77’ is dus ‘meerdere joden samen’; nu was de joodse firma Dentz een belangrijk importeur van tabak en als zodanig in 't veembedrijf bekend; op die manier kwam de verbinding tot stand. Zo heet 2 vaak ‘zwaantje’ (naar de vorm) en 22 werd via ‘meerdere zwaantjes’ tot ‘Vondelpark’, de plaats waar de amsterdammer gewoon is zwaantjes aan te treffen! Zou de eerste gebruiker in beide gevallen niet de term gebruikt hebben bij wijze van raadseltje? (De taal der amsterdamse veemarbeiders in De Nieuwe Taalgids. Jaargang 32. 1938)
5) (19e eeuw) (Vlaanderen, inf.) iemand die voor het eten niet bidt.
• (Jozef Cornelissen & Jan Baptist Vervliet: Idioticon van het Antwerpsch dialect. 1900)