Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 03-07-2023

je zuster (op een houtvlot)

betekenis & definitie

(1899) (Amsterdam, Rotterdam) uitroep van ongeloof: Je kan me wat. Eigenlijk: maak dat aan je zuster wijs. Vgl. Fr.: et ta soeur! Volgens de Telegraaf (van 2/07/1914) is de uitdrukking 'je zuster' gebaseerd op een populair Frans liedje "Et ta soeur est-elle heureuse” (1864), op tekst van Charles Blondelet en op muziek van Jouffroy Félix. Nederlandse varianten zijn o.a.: je zuster met het bonenhoedje (op sterk water). Een syn. is: je tante* op een houtvlot*. Zie ook: mijn zuster*.

• Je zuster, zie Et ta soeur. (Taco H. de Beer & Eliza Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)
• Et ta soeur! En je zuster! Gewoonlijk, hoewel niet juist in hoogere kringen, gebezigd, ter beantwoording eener onbescheiden vraag of na het aanhooren van een al te onwaarschijnlijk verhaal, om ongeloof aan den dag te leggen. Die woorden zijn ontleend aan het lied Et ta soeur est elle heureuse (1864) tekst van Ch. Blondelet en Courtès, muziek van Jouffroy, een dier tallooze onzinnigheden, waarmede de tingel-tangels der geestigste natie sedert eenige jaren hoofdzakelijk worden gevoed. (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)
• O ja, neem mijn d'r tussche! ... je zúster! ... laat zien je note ... (Israël Querido: Levensgang, 1901)
• ‘Dan mag u Boong wel tien centen geven, grootpa’, schertste sjiffelend Vincent, ‘want die heeft 't meeste geluk noodig in z'n betrekking.’
‘Je zuster!!’ snauwde Boong, die niet tegen plagen kon, als Vincent 't deed. (Victor Ido: De paupers. 1915)
• In de voorgalerij van den mantri-politie zit, geboeid en hevig bewaakt, een dorpsgenoot -Kromo. Neef stoeiend en giechelend tot Tjioe Yauw Siang, op Kromo wijzende: "Kromomoe" Jouw Kromo. Tjioe Yauw Siang: Kromomoe déwe. Je eigen Kromo": Zooals dat in het Hollandsch vertaald wordt: „Je zuster op een houtvlot" en de repliek „Nee, jouw zuster zelf!" (Bataviaasch nieuwsblad, 24/06/1922)
• `Stik, brutale donderhond', vloekte de foerier, rood van schaamte, omdat hij er nog ingevlogen was ook. `Je zuster in d'r blote broek!' verdedigde Jan zich, verborgen rijmend. (A.M. de Jong: Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)
• ‘De bok deugt niet!’
‘Je hoerige zus!’ (Willem van Iependaal: Kriebeltjes hoogtepunt. 1937)
• Zeg Rikketik!’ roept Henk van zijn hooiwagen, ‘hejje al kuikens, man?’ ‘Dartien van de twaalf eieren, jo.’
‘Ja, je zuster, 't benne zeker veertien hanen! Ga maar gauw naar huis, dan kajje moeder de vrouw plagen!’ (Aegidius W. Timmerman: Tim's herinneringen. 1938)
• Je zuster op een houtvlot. Mijn hebben ze teruggehaald, ik was net één uur thuis. (Bataviaasch nieuwsblad, 12/12/1939)
• Maar overste Soetekouw zou zich zeker niet met dergelijke ledige en waardèlooze phrasen hebben opgehouden. Neen! Mijn zuster op een houtvlot! (Leeuwarder Courant, 27/01/1940)
• Tegen Co Verstaveren, die rood haar heeft, zeiden ze lachend: “ha, die vuurtoren...!”
“Je zuster op sterk water!” gaf Cootje terug. (Piet Bakker: Ciske de rat. 1941)
• Wat verwachten ze? Dat hij na één schot al weggaat? Je zuster-met-die-hoed-op! (Piet Bakker: De slag in de Javazee. 1951)
• 'Je zussie op sterk water!' zei Flippie. (Piet Bakker: Kidnap. 1953)
• Ja, toe maar-honderdvijfenzestig kilometer! Me zuster! (Simon Carmiggelt: Een toontje lager. 1959)
• Je zus op ‘n houtvlot. Uitdrukking die een duidelijke afkeuring van het voorgestelde inhield. Of de betrokkene werkelijk een zuster had was hier van geen betekenis. (Opoe Herfst. Samengesteld door reclame-adviesbureau Advertising Marketing + Design, Rotterdam. 1973)
• .... en als om zichzelf gerust te stellen voegde hij eraan toe: 'Liever
een spotter dan een lauwe, want de lauwen spuug ik uit heeft Jezus gezegd.'
'Je zus zal je bedoelen,' jouwde iemand, waarop hilariteit volgde. (Sal Santen: Brand in Mokum. 1977)
• Me zus Nol metter geitebenen. Me zus Nol metter holle buik. Me zus Nol op een houtvlot. (Jan Oudenaarden: De terugkeer van Opoe Herfst. 1986) (p. 177)
• Bezoekers van De Koebel schreeuwden elkaar dronken beloftes toe als: `Morrugge brenge', en `je zussie op 'n houtvlot'. (Loes Flendrie: Zonder pardon, 1992)
• “We laten ons allemaal kaal knippen,” zei ik.
“Je zuster,” zei Herman. (Willem van Toorn: Rooie en andere verhalen over mijzelf en mijn klas. 1992)
• Een gehoempapa, met toeters en bellen. Prachtig. Ja, m'n zuster. (Nieuwe Revu, 06/02/1992)
• ‘Welterusten, Tante Dina. Wilt u vragen of mamma nog even komt?’
‘Ja, je zuster op een houtvlot! Je moeder heb het veels te druk met koffiezetten. (Kees van Kooten: De tachtigjarige vrede. 2021)