Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 20-09-2021

innemen

betekenis & definitie

(1912) (euf.) stevig drinken. Huizinga vermeldt de uitdrukking 'goed van innemen zijn'. De term lijkt te suggereren dat het hier om een medicijn zou gaan. Drank wordt wel meermaals geassocieerd met gezondheid. Borrelnamen zoals hartversterking, maagwarmertje en oppeppertje wijzen hierop. Een 'innemer' is een vriendelijke aanduiding van een zuiplap, terwijl een 'innemertje' te Amsterdam een verhullende benaming is voor sterke drank (E. Sanders. 1997). Het WNT (1910) geeft de uitdrukking 'goed van innemen zijn': smakelijk en veel kunnen eten (en drinken), zijn natje en zijn droogje heel behoorlijk lusten.

• Hij is goed van innemen (of: Hij kan goed innemen). Men behoeft den dronkaard geen borrel op te dringen, hij gebruikt dien uit zich zelven wel. Men bezigt de spreekwijze evenwel niet uitsluitend van hem. (A.E. B. Herroem: Bacchus in spreekwoordentaal, aangetoond in eenige honderden spreekwoorden en spreekwoordelijke gezegden. 1874)
• Het heele stel kerels en meiden dromde nu bijeen, terwijl er gedelibereerd werd, waar ze wat zouden ‘innemen’. (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 1. 1912)
• Terwijl de glazen regelmatig werden gevuld, kabbelde de conversatie geanimeerd voort -aldoor over Frans, de stille, paars aangelopen doordrinker, die na jaren van zwijgend innemen, nu plotseling uit deze grauwe janplezier gevallen was. (Simon Carmiggelt: Alle orgels slapen. 1961)
• Ik wilde het net zeggen toen een zeer lange man, die blijkbaar onnoemelijk veel had ingenomen, tastend zijn weg naar de uitgang zocht. (Simon Carmiggelt: Kroeglopen. 1962)
• Blauwe Harry zat daar in te nemen. (Simon Carmiggelt: Morgen zien we wel weer. 1967)
• Zo'n plastic kop van een ouwe vrek met hangwangen. En zwaar ingenomen had-ie óók. Dat hoorde ik meteen aan z'n gezwets. (Simon Carmiggelt: Vroeger kon je lachen. 1977)
• Innemen: stevig drinken. (Jan Oudenaarden: De terugkeer van Opoe Herfst. 1986)
• Na het feest waren ze me wel kwijt, maar geen mens vond dat alarmerend. Er was flink ingenomen en allerlei mensen waren al lang ergens in een bed beland. (Imme Dros: Ongelukkig verliefd. 1995)
• Hij houdt van innemen. (Inez van Eijk: Als m'n tante een snor had... Meer dan 8000 gelijkhebbers, afhouders, dijenkletsers en andere uitdrukkingen uit de Nederlandse taal. 1995)
• Godallemachtig, je zag aan die tronies dat ze hier al tientallen jaren als bezetenen stonden in te nemen. (Joost Zwagerman: Het jongensmeisje. Verhalen. 1998)
• Na de dood van haar man begon ze stevig in te nemen. (Nieuwe Revu, 11/10/2000)
• Dè's 'ne goeie van innimme! Dat is een goede van innemen. Het betekent 'hij lust wel een borreltje'. Innimmende minse is daarom dubbelzinnig. (Cor & Jos Swanenberg: Bij wijze van spreuken. Brabantse spreuken vergaard en verklaard. 2008)
• Het Tartufoclubje, inderdaad. In dat clubje zaten mensen die duchtig konden innemen: Andre Klukhuhn, A.F. Th. Van der Heijden, en vervolgens ook het clubje van Peter Donkersloot. (Joost Zwagerman in HP/ De Tijd, oktober 2015)
• Mijn eerste keer drank was geen groot succes. Ik heb er echt voor moeten werken om het lekker te vinden, maar ik steek graag de handen uit de mouwen. Waarom ik wel verslaafd werd en mijn vrienden die toch ook genoeg innamen niet, weet ik niet zeker. (Ralf Mohren: Tonic. 2015)
• … ik dronk alcoholvrij bier, de rest nam stevig in en tijdens de tweede voorleesbeurt was de helft van het volk ver heen. (Nanne Tepper: De kunst is mijn slagveld. Brieven 1993-2001. 2016)
• Wederom nam een onbekrompen schenken een aanvang, maar alles ging nu twee keer zo snel, want Yoka Berretty had een manier van innemen die deed denken aan Lucky Luke, die zoals bekend sneller schoot dan zijn schaduw. Enorme glazen witte wijn verdwenen in het niets, een luide schaterlach klonk op, we namen er nog een, nog eentje toe, de laatste, allerlaatste. (Guus Luijters: Klein geluk Amsterdam. 2016)
• Ik liep van de Rivierenbuurt helemaal terug naar de Wallen en toen ik misselijk van de kou en ellende rond achten thuiskwam trof ik het hele café nog vol klanten aan. Ze hadden merkbaar flink ingenomen. (Margit Willems: Onverslijtbaar. Verhalen over het leven in Amsterdam. 2017)
• Te oordelen naar zijn motoriek en dictie had hij flink ingenomen. (Viktor Frölke: Het dispuut. 2017)