Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 20-08-2020

indonderen

betekenis & definitie

(17e eeuw) (inf.) invallen, instorten; (iets met veel geweld) inslaan; naar binnen gooien. Syn.: inbliksemen*.

• Wanneer zij vroeger zoo lets hadden gedaan, dan had hij ze bepaald de provoost ingedonderd. (Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad, 10/09/1930)
• "Wasknip pers moet ik op mijn neus doen, wil ik het uithouden boven dat slootje. Ik ben niet snel "vies" van iets, maar de stank die er hangt! Het lijkt wel alsof er een beerput is opengetrokken. En de gemeente is te beroerd om er iets aan te doen. Ik heb er persoonlijk geen ene moer ingedonderd. Is het mijn schuld dat die sloot stinkt? (Het vrije volk, 18/09/1980)
• Een dodelijk remdefect heeft de ik-figuur in de schimmenwereld geholpen; zijn wagen is een steile afgrond ingedonderd en heeft hem de borstkas verpletterd. (Vlaanderen. Jaargang 37. 1988)

< >

Gebruik je Ensie vaker?

Word nu vriend voor slechts €8,95.

Word vriend