Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 20-08-2020

in zijn

betekenis & definitie

(1963) (jeugd) in de mode, in zwang zijn. Onder invloed van Eng. to be in. Eigenlijk een verkorting van 'in style'. Woord uit het hippietijdperk, tegenwoordig hopeloos verouderd.

• In. Het doet ons genoegen te kunnen meedelen, dat er weer een nieuw modewoord is gelanceerd en dat dit woord er in is gekomen. Ja, wij bedoelen het woordje “in”. Melk is in, bier is in, platen van Duke Ellington zijn in, enfin, alles wat maar door de tiener of twen gewaardeerd wordt is in. Vroeger gebruikten wij nog in-gezellig, in-genoeglijk. Dat kan nou niet meer. […] Arme ouders, die naast allerlei taalvernieuwingen nu ook nog taal-aanvullingen moeten leren. Ja, want volwassenen gebruiken het (nog) niet. Die hebben “ergens” en “het einde” aan hun woordenschat toegevoegd, zo heeft nog niet zo lang geleden onze sterretjesschrijver gemeld. Maar “ergens” is ook al niet meer in en “het einde” zal ook wel spoedig nergens meer zijn.’ (Uit: de Leeuwarder Courant, 1 juni 1963.)
• Het is erg IN om grote schalen mosselen te eten en daar dan speciaal helemaal voor naar Philippine te rijden. (Hans Ferrée: In & uit: statusvijzel voor de halfwas intellectueel en zijn tegendraadse amateur. 1963)
• Zullen we met z'n allen afspreken 't woordje 'in' nooit meer te gebruiken? 'In zijn', woorden die alleen nog gebruikt worden door ouderen die er krampachtig bij willen horen. (Hitweek, 01/10/1965)
• De tijd dat we alleen 's winters in modder en sneeuw laarzen droegen, is geweest. Het is erg „in" om ook zomers met gelaarsde benen te lopen. (Nieuwsblad van het Noorden, 09/05/1969)
• De chips goed laten uitlekken en bestrooien met zout. En als u helemaal niet om de „lijn" hoeft te denken: het is erg „in" om ze met allerlei sausjes te gebruiken. (Nederlands dagblad, 15/10/1976)
• (Wim Daniëls: Blits! De taal van de jaren zestig. 2015)