Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 29-11-2024

iemand in zijn zak hebben

betekenis & definitie

(19e eeuw) (inf.) hem de baas kunnen; met hem kunnen doen wat men wil; zijn listen doorhebben. Vgl. Eng. to have someone in one's pocket.

• Ik ken hem: heb hem in mijnen zak. (Amaat Honoraat Joos: Schatten uit de volkstaal. 1887)
• Dat begint al op het Gym. Daar word je al door middelen, voor de grofheid waarvan geen docent terugdeinst, in een opgewonden toestand gebracht, die nuchter oordeel onmogelijk maakt. En zes jaar van je leven verknoei je daarmee. Die Grieken en Romeinen heb ik in mijn zak, hoor! (F. Bordewijk: Fantastische vertellingen. Bundel 1. 1919)
• De buurtjes hebben de vreemden volkomen in hun zak. (Bouke B. Jagt: Onder de wolkenwals. 1980)

< >