Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 22-05-2021

hommeles

betekenis & definitie

(1653) (Barg.) in de verbinding 'het is er hommeles': er is ruzie; er is iets mis. Stoett geeft als verklaring een afleiding van het werkwoord hommelen, zoals voorkomende in de uitdrukking 'het hommelt er' (er wordt geraasd, getierd, gekeven). Hommeles werd ook opgenomen in de studie over het Bargoens van Moormann. Vooral populair geworden met de bekende tv-serie ‘Pension Hommeles’ van Annie M.G. Schmidt uit de jaren zestig van de twintigste eeuw.

• Hommeles (Het is er -, d. i. de boel is er in de war, inzonderheid tengevolge van misverstand, van verkeerde verstandhouding. Sprenger v. Eyk, Handleiding voor spreekwoordelijke Bijbeltaal (1844), denkt aan zekeren Homulus, die een ruziezoeker zou geweest zijn; maar van dien Homulus weet men verder niets. Volgens eene andere meening staat Hommeles voor de bijw. uitdr.: als in Homulus, naast het is erweer) hommels zegt men ook het is een léven als een Oordeel; wat de meening verklaart, dat hommeles de verbasterde naam is van Homulus, een Latijnsch drama van 1536 (bewerkt naar eene moraliteit van Elckerlijc)} een grof en heftig- stuk, waarin de dood en de Satan optreden en de zondaar voor Gods rechterstoel verschijnt, over wiens lot door deze machten moet beslist worden. (Taco H. de Beer & Eliza Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)
• De mottige zag 't altijd aan mijn gezicht en zei: “Bram,” zei hij dan, “'i is weer hommeles bij je thuis geweest, dat merk ik aan je;” en dan troostte hij mij, begrijp je?’ (Justus van Maurik: Burgerluidjes. 1901)
• Altijd mopperen, en hommeles maken, met de beste zusters toe. (Jacob de Haan: Kanalje. 1903)
• Vrienden, op ons Paaschcongres Is geen plaats voor hommeles. (de Groene Amsterdammer, 27/03/1910)
• ... zij had ná den hommeles, weer haar vingers krom-gezwoegd voor nieuwe schoentjes en een nieuwe blouse. (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 1. 1912)
• Maak nou geen hommeles! (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 2: Van Nes en Zeedijk. 1914)
• 't Is hommeles in de fabriek, hoor! (J.B. Schuil, De A.F.C.-ers. 1915)
• Uit drankmisbruik ontstaat gekijf en ruzie, en vooral iemand die gauw aangebrand (opvliegend) is, krijgt licht hommeles, of maakt matschudding, heibel. Zoo iemand doet men spoedig de dampen an, maakt men gauw woedend. (Vragen van den dag. Maandschrift voor Nederland en koloniën, 01/01/1918)
• Hij vergat 'r z'n school door, zij 'r Zondagsche jurk, en as ze niet in zoo'n milde stemming geweest waren - de groote menschen - zou 't hommeles gegeven hebben. (Herman Heijermans: Vuurvlindertje. 1925)
• Ja jô, vaders zijn altijd aardig, als anderen er bij zijn, maar anders is het hommeles. (Marcel J.A. Artz: Achter ronkende motoren. 1932)
• Er broeit hommeles!! (Willem van Iependaal: Polletje Piekhaar. 1935)
• Uit studententaal kunnen woorden met Latijnse uitgangen afkomstig zijn, als beestianus, grovianus (Rusting), kwastelorum, soppelorum (= vloeibare spijs) De Geneste! maakt van larie: laria. Raadselachtig is ook hoe het Latijnse kwibus de betekenis kreeg van een rare kerel. Het vreemde suffix -es, b.v. in hommeles, bonkes (zie het Nederlandsch Woordenboek i.v.) zou volgens een gissing van Van Wijk (Etym. Wdb.) uit -us in studententaal ontstaan kunnen zijn. (C.G.N. De Vooys: Oorsprong, eigenaardigheden en verbreiding van Nederlands "slang". 1940)
• Wat denk jij ervan, Bruis? Zou 't hommeles worden dit keer? (Piet Bakker: Cis de Man. 1947)
• (Dr. C.G.N. De Vooys: Verzamelde taalkundige opstellen. Deel III. 1947) p. 218
• O -asjeblieft, daar begon de hommeles al. (Piet Bakker: De slag in de Javazee. 1951)
• Met Marie is het hommeles. (Simon Carmiggelt: Poespas. 1952)
• 'Waar ligt Servië eigenlijk?'
'Ook een vraag! Ergens op de Balkan natuurlijk.'
'Nou, daar is het altijd hommeles.' (Jan Mens: Griet Manshande. 1972)
• In de hele K doe is het hommeles; overal wordt gevochten. (Johan Fabricius: De Java-oorlog van 1825 tot 1830. 1977)
• Als hun eigen wijf er dan toevallig ook bij is, wordt het thuis natuurlijk Pension Hommeles oftewel bonje. (Jan Cremer e.a.: De liefdes van Jan Cremer. 1988)
• Eén boot verschil en het was pas echt hommeles geweest. (A.F. Th. Van der Heyden: Advocaat van de hanen. 1990)
• Ik hoefde maar met m'n vingers te knippen, en 't was hommeles tussen die twee. (A.F. Th. Van der Heyden: Onder het plaveisel het moeras. 1996)
• Het is hommeles in de ziekenfondswereld. (Elsevier, 05/12/1998)
• Ze moest niet aan zijn wijnkeus komen, dan was het hommeles. (Martin Bril: Evelien voor altijd. 2008)
• Het klopt: vrouwen zeggen A maar bedoelen vaak B en dan moet een vent maar ruiken wat ze bedoelt, want anders is het hommeles. (Erica van Dam: Simpel. Columns. 2009)
• Dus ik pikte weduwe twee op, en zei dat ik helaas meteen weer weg moest… Hoppa, hommeles. (Thomas Acda: Onderweg met roadie. 2015)
• We hadden er flink hommeles over gehad, maar het was alweer drie jaar geleden en we waren het allemaal allang weer vergeten. (Kluun: DJ. 2017)