(1991) (Delft, stud.) huisjongste.
• (Albert Gillissen & Paul Olden: Het eerste Nederlandse Studentenwoordenboek. 1991)
• Zodra men in een dergelijk huis wordt ingestemd', veelal als eerstejaars, krijgt men meestal de positie van huisjongste of HJ toebedeeld. (Het Corps als Koninkrijk: 150 jaar Delftsch Studenten Corps. 1998)
• Toen ik vervolgens een bak met ijs over me heen kreeg van de barkeeper, heeft m'n HJ me maar naar huis gebracht. Daar hebben we, schijnt, samen nog het hele huis gekeerd en heb ik een braakje gelegd in de plee. (www.dub.uu.nl, 01/09/2005)
• HJ: Huisjongste. Niet per definitie de jongste bewoner van een huis, maar de student die als laatste in een huis is komen wonen. (Dub’s studentikoze woordenboek, 05/08/2026)