Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 02-08-2020

havenartiest

betekenis & definitie

(1936) (Rotterdam) werknemer in de haven, bootwerker.

• ,,Ik ben hoavenartiest, Luit."
De Luitenant kent dat beroep niet, richt zich daarom tot Neptunus, die met een vreeselijk stom gezicht staat te grinniken. (Fr. Van de Vrande: Grensleven. 1936)
• De Luit krabt zich achter het oor. Wat zijn dat toch voor lui ? Ze hebben het over een reeling en een vooronder. Ze beweren havenartiest te zijn. (Fr. Van de Vrande: Grensleven. 1936)
• (Jan Oudenaarden: De terugkeer van Opoe Herfst. 1986) p. 74

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.