(1953) (Ned., euf.) school voor verwaarloosde, arme kinderen.
• Op de Tweede Begraafplaats te Utrecht is onder grote belangstelling ter aarde besteld het stoffelijk overschot van de heer L. C. Post, die gedurende tal van jaren hoofd is geweest van de z.g. Havelozenschool „Achter St Pieter, nadat hij eerst de voormalige Diaconieschool aan het Pieterskerkhof als hoofd had geleid. (Nieuw Utrechtsch dagblad, 30/12/1954)
• De schrijver is een jonge onderwijzer aan een havelozen-school in de Amsterdamse Jordaan en het jaar is dat van het Jordaan-oproer. (Trouw, 24/11/1984)
• Een jaar later hield de kersverse koningin een intocht in Rotterdam. In gezelschap van koningin-moeder Emma bezocht ze verscheidene maatschappelijke instellingen, zoals de Havelozenschool, het Doofstommeninstituut en het Sofia- Kinderziekenhuis. (Het vrije volk, 11/12/1990)
• havelozenschool, school voor verwaarloosde en arme kinderen, Smis 1955. (Jan Berns m.m.v. Jolanda van den Braak: Taal in stad en land. Amsterdams. 2002)