Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 29-07-2020

hampetamp

betekenis & definitie

(1980) (oorspr. Groningen) raar iemand.

• Hampetamp: 'n rare. (Tabu. Jaargang 11. 1980-1981)
• Hampetamp: 'n rare. (Siemon Reker: ‘Hou is dat?’ Het dialect van Groningen. 1992)
• Dat uw vrouw dan zegt: “Hè, Gerrit, ik sta d’r toch een beetje met een dikke hampetamp op, en m’n reet ziet er ook uit alsof ze daar bij de Pathé Arena elke zondagavond in de buitenlucht een 65- millimeterfilm op kunnen projecteren. (Michiel Eijsbouts: Dat zei mijn vrouw vannacht ook al. 2011)

< >