(1935) (< epon. Naar de Amerikaanse ingenieur en uitvinder Laurens Hammond, 1895-1973, die in 1934 patent kreeg voor zijn uitvinding) elektrisch versterkt orgel; ook wel: toonwielorgel. Het waren de roterende schijven en het geblaas van de ingebouwde electromotor die het Hammond-orgel een specifieke klank bezorgden. George Gershwin kreeg de eer om er als eerste op te spelen. De orkesten en componisten uit die tijd vonden het echter maar gejank. Het instrument, dat aanvankelijk dus weinig succes kende, beleefde zijn glorietijd pas eind jaren zestig en begin jaren zeventig van de twintigste eeuw. Popgroepen zoals Deep Purple, Procul Harum en Emerson, Lake & Palmer ontdekten toen de warmte en de charme van het verguisde Hammond-orgel. Zo’n tien jaar later lachten synthesizer-spelers het Hammondorgel uit, maar niet veel later probeerden de Japanse en Amerikaanse synthesizer-ingenieurs de klank van zo’n Hammond te samplen.
• Mengelberg zal in den vervolge bij zijn concerten te Amsterdam en elders, wanneer zulks mogelijk is, een Hammond-orgel gebruiken. Hij noemt het nieuwe instrument een geniale uitvinding. Het Hammond-orgel beschouwt hij. als kerk- en concertorgel, volmaakt. (Rotterdamsch nieuwsblad, 20/07/1937)
• De genitief van de ‘vertegenwoordiger der Hammond-orgel’ in een noordbrabantse advertentie verkeert in dezelfde driedubbele klassifikatie-omstandigheid… (De Nieuwe Taalgids. Jaargang 41. 1948)
• Het Hammond Orgel is een vinding van Mr. Hammod omstreeks 1935 en bestaat uit een synchrone motor die een electromagnetisch generator in beweging zet en door middel van amplifiers via de luidsprekers onze oren bereiken. De toon van een Hammond orgel komt overeen met een kerkorgel en men kan met dit orgel allerlei insrumenten imiteren zowel blaas als strijk instrumenten. De mogelijkheden die het Hammond orgel biedt zijn fantastisch. (Nieuw Suriname: Surinaams nieuws- en advertentieblad, 03/02/1961)
• Een van de grote jongens van de Stimmungsmusik in Duitsland is Fritz Schulz-Reichel, heel vaardig op piano en hammond-orgel. (De Volkskrant, 04/11/1966)
• Daar viert niet alleen Willy Alberti hoogtij, — ook Latjjns-Amerikaans aandoende stukjes en slechte pop-lmitaties zijn er te horen, waarbij de rijkdom der Indonesische klankkleuren niet voldoende wordt geacht: deze wordt aangevuld met een kitscherig-vibrerend hammond-orgel. (Vrij Nederland, 07/08/1971)
• Tot goed begrip: elektronische muziek wordt niet gemaakt op elektronische instrumenten —zoals Hammond orgel — maar met elektrische „signalen" die geluidseffecten teweeg brengen welke op geluidsbanden worden vastgelegd. (Trouw, 06/09/1978)
• Vandersmissen heeft een aantal parti-pris: hij is tegen de christenen vanwege hun repressieve seksuele moraal, hij is tegen de VVD, hij is tegen de sociale stijgers (in zijn idee snobs bij uitstek), hij is voor eerlijke arbeiders (ook al hebben ze een Hammond-orgel en schrootjes aan de muur) en voor het feminisme (‘de mate waarin vrouwen maatschappelijk serieus worden genomen is de graadmeter bij uitstek voor de niet-burgerlijkheid van een cultuur’)… (Vrij Nederland. Boekenbijlage 1989)
• Het is waar: we sloten onze gitaar alletwee aan op een Hammond-orgel, wat een vreemd geluid gaf. (Boudewijn Büch: Rock ‘n’ roll. 1991)
• Verder was de zwarte backingzangeres uit de rangen verwijderd en zagen we multi-instrumentalist Henri Ylen op sax, Hammond-orgel, gitaar en backings, en Patrick Mortier op trompet, handpercussie en eveneens backings. (Het Belang van Limburg, 01/02/1994)
• Het Hammond orgel was in de jaren zestig alom aanwezig, naast de gitaar het belangrijkste versterkte instrument. (Oor, 05/2026)