Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 29-07-2020

H

betekenis & definitie

(1960+) (drugs) (afk.) heroïne. Ook wel: big H. Komt voor in opium en wordt meestal ook rechtstreeks gewonnen uit opium. Soms verkregen door een bewerking van morfine, een ander bestanddeel van opium. Zuiver is het een wit poeder. Straatheroïne heeft meestal een bruine kleur. Heroïne kan worden gesnoven, geïnjecteerd of in zuivere vorm gerookt op een stukje zilverpapier (het zgn. chinezen*). Minder gebruikelijk is het roken. Oorspronkelijk werd het door artsen gebruikt om mensen te behandelen die verslaafd waren geraakt aan morfine. De Duitse uitvinder Bayer bracht het product in de 19e eeuw op de markt als hoestmiddel (het woord is afgeleid van het Duitse heroïsch). Heroïne werd echter vooral populair in de jaren zestig. Legendarische blues en jazz-artiesten als Charlie Parker en Billie Holliday waren regelmatige gebruikers van het goedje. Het is echter nog steeds verboden. Ondertussen is gebleken dat de drug op zichzelf niet zo schadelijk is maar wel sterk verslavend. Afkickverschijnselen kunnen vreselijk zijn: zweten, angstaanvallen, braken enz.

• Er zijn plannen om het onmogelijk te maken om H. op recept van de arts te krijgen. (Hitweek, 07/07/1967)
• Of: je moet gaan spuiten, lekker H gaan spuiten.... (Hans Plomp: Het Amsterdams Dodenboekje. 1970)
• H. heroïne. (Steef Davidson: Drugs. Kruiden van hemel en hel. 1982)
• De drempelvrees om heroïne - "H" in het jargon - te proberen is intussen wel duidelijk verminderd, ondermeer als gevolg van het overaanbod op de markt. (Humo, 02/02/1989)