Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 17-07-2021

golddigger

betekenis & definitie

(1930+) (< Eng.) (inf.) vrouw die op jacht is naar een rijke partner. Syn.: goudzoekertje*; gulpenduikster*.

• De vamp, veilig weggestopt in de herinnering van de vaders van vandaag, is bezig te herleven onder de handen van de Parijse mode-ontwerpers en met haar twee andere vrouwengedaanten uit het eind van de twintiger en het begin van der dertiger jaren: de flapper en de golddigger. Speciaal de golddigger. ledere vrouw, die deze winter indruk wil maken, moet heel wat goud tevoorschijn graven, om aan haar lijf te kunnen hangen. In de meest letterlijke zin van het woord. (Het Parool, 27/07/1960)
• Een schalkse muziek-komedie, gebaseerd op de roman van Anita Loos, met Marilyn als vertederende „golddigger", bijgestaan door Jane Russell. (Trouw, 13/10/1983)
• Er wordt altijd wel een noodlottige lacune ontdekt in de gedachtengang van de moordenaar, verkrachter, afperser of welke 'golddigger', gefrusteerde sekslustige of afgewezen minnaar dan ook. (NRC Handelsblad, 24/08/1989)
• De omgeving van The Champ had ondertussen allang door dat de twee dames onvervalste golddiggers waren, begerige eksters die azen op alles wat glinstert. (Eindhovens Dagblad, 11/03/1995)
• Hoe zou het Clara Bow vergaan zijn als ze nu geleefd had? Ik moest denken aan golddigger Anna Nicole Smith met haar eigen reality-show; aan Monica Lewinsky, die een dating-programma presenteert; aan Christina Aguilera die in elk interview rept van haar piercings op 'zeer bijzondere plaatsen'. (NRC Handelsblad, 31/05/2003)
• Chantal was geen ‘golddigger’. Dat waren vrouwen ( of mannen) die uit zijn op het geld van hun partner. (Marcel van Roosmalen: Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt. 2011)
• Zijn zaad was goud waard, en het aantal golddiggers schier ontelbaar. (Henk Rijks: Incognito. 2012)
• Het belangrijkste nadeel is dat mensen snel een negatief etiket op je plakken als je meedoet aan het high-societyleven; die golddigger, dat huppelkutje dat alleen kan shoppen, die bal die alleen oog heeft voor zijn jacht of die gast die denkt dat-ie alles is. (Steffy Roos du Maine: Van outsider tot Oud-Zuider. 2013)
• Ze zal het nooit van je vragen, want ze is geen golddigger, anders was ze niet met jou, maar ze wil het wel heel graag. (Tante Es: Liefde bekeken op een andere bril. 2015)
• En trouwens: die Anita Schuts was een golddigger. Zij was toch de trophy wife geweest van die Endstra? (Michiel Princen: De gekooide recherche. 2015)
• Nou heb ik inmiddels ontdekt dat er ook een soort downdaten bestaat voor golddiggers en statusfetisjisten. Downdaten is voor een golddigger wat voor een doorsneevrouw ‘gelijk level’-daten is. Want de golddigger stelt extra eisen aan de man. Eisen als: veel geld, hoge status en veel macht. ‘(Yvanka van der Zwaan & Mieke Kosters: Wine-up. Het fantastische rotleven van Caro, Anna & Esmee. 2016)
• Terwijl zij gewoon een ordinaire golddigger is die stomtoevallig een paar keer in gemeenschap van goederen getrouwd was (plus vier keer even stomtoevallig een flitsscheiding) met schathemelrijke blanke mannen van minimaal middelbare leeftijd. (Rob Hoogland & Arthur van Amerongen: Het grote foute jongensboek. 2017)
• Dus als ik met een jonger iemand ben, ben ik een cougar en als ik met een ouder iemand met geld ben, ben ik een golddigger. (Maartje Willems: Vanaf nu wordt alles beter. 2018)