Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 24-08-2020

getapt

betekenis & definitie

(19e eeuw) (vero.) populair; in trek. Niet alleen van personen, maar ook van zaken gezegd (zie citaat H.C. Touw). Meer hedendaagse syn.: poop*; popi*.

• Maar ik moet toch bekennen, hij was erg getapt. (Karl Arnold Kortum: De Jobsiade: met printverbeeldingen. 1881)
• ... welke keuze men algemeen gunstig acht, daar deze ambtenaar bij de bevolking niet erg getapt is, waarvan men voor de politie meer goeds verwacht, ... (Pieter Johannes Veth: Uit Oost en West. 1889)
• getapt, Studentenwoord, voor: gezien, bemind, nl. onder de studenten. (H. Molema: Woordenboek der Groningsche volkstaal, in de 19de eeuw. 1895)
Flinke lui, allebei; getapte lui. (Tjeerd Flappuith: Toen ik Indisch student was. 1902)
• Met al die genoemde eigenaardigheden was Jan Boenders een getapte jongen, die overal in den smaak viel om z'n vroolijk humeur en prettigen omgang. (Chr. Van Abkoude: Jan Boenders. Hoe een echt Hollandsche jongen in Amerika rijk werd. 1913)
• Vaak heb ik de meening hooren verkondigen, dat men vooral, wat men in studententaal „geschikte” en „getapte” menschen noemt, tot besturen dient te verzamelen; zij toch zouden het meest eendrachtig samen kunnen werken. (Studenten-weekblad, 17/12/1914)
• Maar ze durfde voor die hoop niet uit komen, want Nel was ‘getapt’ in de klas, bijna iedereen mocht haar graag. (Carry van Bruggen: De klas van twaalf. 1926)
• Toch ben ik getapt. Ik word in alle disputen gevraagd en dat is een uitzondering. (Dr. Benno J. Stokvis: De homosexueelen. 35 autobiographieën. 1939)
• Pasma lag met Borgers en mij op dezelfde zaal, een zaal, waar godsdienst niet erg getapt was. (H. C. Touw: Het verzet der hervormde kerk, Volume 1. 1946)
• Eerst was ik reuze getapt, maar toen ze merkten, dat ik niet van plastic was, wilden ze me naar de andere wereld helpen. (Simon Carmiggelt: Louter leugens. 1951)
• . . . maar vanwege dat vak en omdat hij erg getapt is onder zijn studenten.... (Johan Daisne: De trein der traagheid. 1963)
• ... ‘n brulboei vooral getapt om z’n poen. (Jan Cremer: Ik Jan Cremer. 1964)
• Zeg eens, ben jij ook zo getapt bij de vrouwen? (Maarten ’t Hart: Ik had een wapenbroeder. 1971)
• Wat moet je ermee? Je hangt ze op. Kunnen ze zien, hoe getapt Ted is. (Hermine Heijermans: Leven met eros. 1979)