(1914-1918) (sch.) kraanwater of leidingwater. Soms ook gemeentepis genoemd. Rotterdams? Opgenomen in 'Opoe Herfst' (1973) (p. 22) en 'Terugkeer van Opoe Herfst' (p. 139). De term werd echter ook in andere plaatsen, zoals Amsterdam gebruikt. In Vlaanderen: Chateau* Lavabo. Water uit de pomp wordt schertsend 'aqua* pompa' genoemd. Syn.: Chateau*-la-Pompe. Zie ook nog: eendenbier*; ganzenbouillon*; ganzenwijn*; witte wijn van juffrouw* Eénarm; kraantjessiroop*; paraplusaus*. Vgl. Engels slang: 'corporation pop'. Dui.: Arbeiter-Whisky. Mineraalwater wordt in het Duitse slang 'Sekt des kleinen Mannes' genoemd.
• De zelfmester (iemand die zelf een varken mest) en ’het pension-varken (dat men door een boer liet mesten behooren met den distributiebul (iemand die heel mager was) tot het verleden, evenals regeeringswater en distributiewind (soep uit de C.K. en prikkeldraadversperring (gestampt eten uit de C.K.) zoo genoemd naar de slecht afgehaalde snijboonen, Is ook niet het woord gemeentepils (water) in die dagen ontstaan. Van andalusiër (iemand die zich in een volle tram aan de lus vasthoudt) staat dit wel vast. (Leeuwarder Courant, 12/12/1922)
• Toen hun gevraagd werd waar die billijke gelegenheid was in Amsterdam, hoorden wij dat zij voor 5 cent aan een karretje een haring hadden gebruikt, voor 1 cent waren zij met het kringlijntje om het Centr. Station gereden, gratis waren zij met de Tolhuispont over het IJ gevaren? Naar het Tolhuis, om met de Valkenwegpont even voordeelig in de stad terug te keeren, om toen hun dorst te lesschen hadden zij aan het bekende straatfonteintje een beker zuivere gemeentepils gebruikt. (De grondwet, 08/08/1923)
• Nou ik loop hard naar de keuke en ik haal 'm 'n glaassie water, da' ken nooit geen kwaad, gemeentepils as ze wel 's zegge. (Victor E. van Vriesland: Het afscheid van de wereld in drie dagen. 1926)
• De hoofdstad des rijks mag nu geen Hamsterdam meer heeten. Natuurlijk is daar ook de distributie-tram (waarin het eten uit de centrale keuken werd vervoerd) afgeschaft. De zelfmester (iemand die zelf een varken mest) en het pension-Varken (dat men door een boer liet mesten) behooren met den distributiebul (iemand die heel mager was) tot het verleden, evenals regeeringswater en distributiewind (soep uit de C. IC.) en prikkeldraadversperring (gestampt eten uit de C. IC., zoo genoemd naar de slecht afgehaalde snijboonen). Is ook met het woord gemeentepils (water) in die dagen ontstaan? (G.S. Overdiep: Oefenboek bij de moderne Nederlandsche grammatica. 1928)
• De gemeente Ede zorgde op loffelijke wijze voor de verstrekking van gemeente-pils" aan dorstige manschappen. (De katholieke illustratie, 28/08/1929)
• Op het station moesten we nog even wachten op den trein, die ons naar Keulen zou voeren en van die gelegenheid maakten we gebruik om onze veldflesschen te vullen met Hollandsch water (in Amsterdam noemen we dat Gemeente-Pils). (De jonge bouwer; maandblad voor de jonge bouwarbeiders, 1930/07)
• Ik heb ook liever op sjabbes thuis mijn kippesoepie en koekel, dan in het Huis van Bewaring brood met Gemeente-pils. (H. Kesnig: Moeder Zondervan. 1933)
• Want het is nu eenmaal niet anders dat artisten bij voorkeur schepselen zijn, die vandaag „in weelde baden” en morgen genoegen nemen met een hap frisse buitenlucht en een slokje gemeentepils. (Vera Robinson: Boven kreundende wielen. De zwerftocht van twee Gooise artisten. 1935)
• 'Ik sterf van de dorst,' zei ik, even wat gemeentepils drinken.' (Jan Cremer: Ik, Jan Cremer. Tweede Boek. 1967)
• Gemeentepils: water. (Piet Grijs: Blijf met je fikken van de luizepoten af. 1972)
• lk haal water, bedien me van deze gemeentepils. (C. B. Vaandrager: De Hef. 1975)
• 'Gemeentepils,' dat vind ik ook zo dom. Daarmee wordt het water van de kraan bedoeld. (Herman Brusselmans: Prachtige ogen. 1983)
• Ik hoor mijn moeder nog zeggen: ‘Als je dorst hebt, neem je maar een glaasje gemeentepils.’ En dat was toen nog lekker ook. (C. Buddingh: Dagboeknotities. 1977-1985. Gepubl. 1994) (1978)
• Maar ware de waterleiding niet een geschikter kanaal geweest om bieraanvoer te suggereren dan een brandstofleiding, zulks in lijn met het fenomeen gemeentepils? (het Financieele Dagblad, 05/04/1997)
• De Romeinen kunnen zich zondag uitspreken over een probleem dat de lokale politiek al maanden bezighoudt: moet het stadsbestuur behalve voor de 'gemeentepils' ook verantwoordelijk blijven voor de gemeentemelk? (NRC Handelsblad, 13/06/1997)
• Vraagt u zich wel eens af of leidingwater geschikt is om uw aquarium te vullen? Wil u graag weten waarom uw kraantjeswater soms naar chloor ruikt? Of vreest u misschien dat uw vruchtbaarheid beknot wordt door het drinken van een glas 'gemeentepils'? (Het Belang van Limburg, 18/03/1998)
•"Leuk" is zo ongeveer het vaakst langskomende woord, en natuurlijk ontbreekt ook het grapje "koffie, thee, gemeentepils" niet in het bedrijvig aanbieden van de beschikbare drankjes. (Trouw, 09/06/2009)
• Gemiddeld hervullen we onze wegwerpflesjes zo'n zesmaal met gemeentepils. (Trouw, 09/08/2014)
• Ik zie mezelf nog zitten, peinzend op de rand van de bank. Alle ogen op me gericht zoekend naar een reactie. Voor zover ik me kan herinneren reageerde ik met: “O prima joh, zit vast in ons gemeentepils.” (Mijn oma”s woord voor leidingwater) (Jiska Duurkoop: Straatpraat. Hoe moderne straattaal Nederland verenigt en verdeelt. 2018)
• De eerste waterleiding in ons land werd aangelegd in 1853, met een traject dat liep van de duinen bij Haarlem tot Amsterdam. Het leidingnetwerk – bedacht door de bekende Nederlandse schrijver Jacob van Lennep (1802-1868) – was in handen van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij. Amsterdammers konden op bezoek gaan bij dit bedrijf en dan voor 1 cent een emmer water kopen. Hierna breidde het leidingnetwerk uit, waarbij (opvallend genoeg) bierbrouwers tot de eerste beroepsgroep behoorden die een eigen waterleiding kregen. Mogelijk is dit een verklaring voor de herkomst van ‘gemeentepils’… (https://historiek.net, 07/06/2022)