Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 22-09-2021

geknipt

betekenis & definitie

1) (1904) (Barg.) gearresteerd. Syn.: geschaakt*.

• Geschaakt of geknipt: opgebracht. (A. Aletrino: Handleiding bij de studie der crimineele anthropologie. 1904, woordenlijst achteraan)
• Geknipt, aangehouden. (Köster Henke: De boeventaal. 1906)
• Als de knaap, die nu geknipt is, kotsen wil, kan alles in een paar uur in orde zijn. (Maurits Dekker: Amsterdam. 1931)
• Geknipt, gevat, gesnapt, gepakt. (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)
• Geknipt, (Barg.) gepakt, aangehouden. (Fokko Bos: De vreemde woorden. Derde druk. 1955)

2) (1911) (Vlaanderen, euf.) zwanger.

• Ze is geknipt (A. en Brab.). Ze is getikt (Brugge) (Alfons de Cock: Spreekwoorden en zegswijzen over vrouwen, de liefde en het huwelijk. 1911)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.