Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 16-05-2022

geen sjoege geven

betekenis & definitie

(1912) (Barg.) geen antwoord geven; niet reageren; zich gedeisd houden. 'Sjoege geven': reageren.

• ‘Ke-jij geen sjoege geven? Hè?’ (Sam Goudsmit: Jankef's oude sleutel. 1930)
• `Geen sjoege geven', sist de andere tussen haar tanden en kijkt star langs ons heen. (Harry Mulisch: Voer voor psychologen, 1961)
• Ze geven nog geen sjoegge… (Max Dendermonde: Een blauwe maandag op aarde. 1965)
• En nog een ding: als Schartenantinck tegen u over Achttam begint, geef dan geen sjoege. (Rinus Ferdinandusse: Zij droeg die nacht een paars corset. 1967)
• Waarom zou die vrouw nou geen draad sjoege hebben gegeven? (J.W. Holsbergen: Zakenmensen eerlijk als goud. 1967)
• Geen sjoege geven. (Arie B. Hiddema: Dag heer. 1970)
• Geen sjoege geven, dan gaat ie vanzelf wel weg. (Mensje van Keulen: Van lieverlede, 1975)
• Dat N. geen sjoege gaf, viel Simon niet op. (Johnny van Doorn: De geest moet waaien. 1977)
• Dus ik zeg, hé hallo, hoe gaat ’t met je, maar hij geeft helemaal geen sjoege en zit daar maar een beetje voor zich uit te staren, naar zo’n binnenplaats. (Leon de Winter: De (ver)wording van de jongere Dürer. 1978)
• De mensen juichten en zwaaiden als gekken, maar de gewonden gaven nauwelijks sjoege. (J.A. Deelder: Schöne Welt, 1982)
• Haar rug, waarop nog een enkel druppeltje glinsterde, gaf geen sjoege. (Dimitri Frenkel Frank: Hamlet's Whisky, 1984)
• ... vervolgens komen er twee brieven van de rechtbank en als je dan nog geen sjoege geeft, ja, dan ga je voor de bijl. (Boudewijn Büch: De rekening, 1989)
• Ja, zo zit ik naar mijn dobber te kijken als de brasem sjoege begint te geven, zei hij. (Joop Waasdorp: De verhalen. 1989)
• Eerst gaf ze niet veel sjoege, maar het is wel tot een afspraakje gekomen. (Aktueel, 25/04/1991)
• Maar de kanarie gaf geen draad sjoege. (Kees van Beijnum: Dichter op de Zeedijk. 1995)
• Luidruchtig spreekt ze voorbijgangers aan. De meesten lopen zonder sjoege te geven door. Ze bietst een shagje. (De Groene Amsterdammer, 29/07/2000)
• De auto start meteen, zonder choke. Ik hoor niet wat Ernst zegt omdat het verdomde raampje nog altijd geen sjoege geeft. (Peter Drehmanns: Schaduwboksen. Schaduwboksen. 2003)
• Even lekker met een vinger in zijn navel, daar kon hij niet tegen. Maar hij gaf geen sjoege natuurlijk, want hij hoopte dat ze nog wat anders ging doen met die hand. (Martin Bril: Evelien voor altijd. 2008)
• Conny gaf geen sjoege, tot ik een nacht aan de wastafel hing omdat het ‘zohooon pijhijn’ deed. (Claudia de Breij: Krijg nou tieten! en andere zwangerschapsverschijnselen. 2009)
• Al wachtend tot het jongetje zou opnemen, keek hij de vrouw knipogend aan – alsof ook zij heus wel begreep dat het eigenlijk een versiertruc was die hij hier toepaste: gescheiden man belt in bijzijn van nieuwe liefde met ex en kind. Gelukkig gaf de vrouw geen sjoege, sterker: zij geneerde zich voor het complot waar ze in werd betrokken. (Martin Bril: Overal wonen mensen. 2009)
• “Je houdt je kop,” verordonneerde m”n opa z”n vader, zodra hij het in de gaten kreeg, “je geeft geen draad sjoege, dan hebben ze d”r geen lol van.” (Nico ter Linden: Een goed kind regeert z”n eigen. 2012)
• Ik heb aangebeld en op de deur geramd, maar geen sjoege, dus ik 112 bellen en daar komt juist de buurman kijken wat ik aan het doen ben. (Eva Gerlach: Overhoop. 2013)
• Ze gaf totaal geen sjoege, deze lange slanke brunette met de groene kattenogen, aan niemand. (Robert Anker: Schuim. 2014)
• Nog een ander voorbeeld betreft de uitdrukking “geen sjoege geven” (ergens totaal niet op reageren). Het woord “sjoege” kom je nooit zelfstandig gebruikt tegen. Aangenomen wordt dat “sjoege” een verbastering is van het Jiddische (Joods-Duitse) “sjoewe”, dat “antwoord” betekent. (De dikke Daniëls. Het verhaal van onze taal volgens Wim Daniëls. 2022)

< >