Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 05-07-2020

gebeft gajes

betekenis & definitie

(1906) (Barg.) rechters.

• ... de heeren van het gerecht gebeft gajes (gajes: volk). ... (Noord en zuid, Volume 29. 1906)
• Voor den Goochemerd (rechter van instructie) had hij dadelijk omgeslagen (bekend), maar voor het gemot (het gerecht) bleef hij alles ontkennen. Die gebefte Gajes (rechters) zouden hem niet lijmen. Maar zij deden het toch. Hij kreeg beis jantjes (2 jaar), daarbij kreeg hij nog kimmel jantjes (8 jaar) voor een krakie (inbraak), waarbij hij getracht had, eene muziekdoos (brandkast) te forceeren. Bij die gelegenheid was hij met nog een gabber zuur geslagen door een smeris (met een kameraad gesnapt door een politie-agent). Een derde vonnis had hij voor handelen in blauw laken van een blad (diefstal van lood van een dak). (C.M. Dekker: Schetsen uit de strafgevangenis. 1910)
• Want zoodra er weer zoo-zoowat is te doen, komen al die grauwe rotten uit hun nesten en holletjes gedruild; schichtig, maar onweerstaanbaar aangetrokken door iedere bemoeienis van de politie of 't gebefte gajes, naar de justitie hier heet. (M.J. Brusse: Het rosse leven en sterven van de Zandstraat. 1912)
• Stommerik!... seit 't gebeft gajes,... kè jij d'r dan eén die mit 'n man getrouwd is? (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 2: Van Nes en Zeedijk. 1914)
• Een belangrijk woord in de dieven wereld is, zooais voor de hand ligt, agent van politie, justitie, gevangenis Voor den eerste bestaan een groot aantal Bargoensche woorden: russen, dof gajes, poedel, poetsen, prinsemary ot prinsery, soemkoef, kallebak. Een hoofdagent heet “knikker op het dak". De commissaris van politie heet Bollebof van de Bezaar, want „bezaar" is politiebureau. Gevangenis heet groot , bajes" voor arrest" klein bajes", ook heet de cellulaire gevangenis wel de paraplu of de Lik. Het gerecht heet „’t gemot", de rechters „gebefte gajes". (de Sumatra Post, 22/02/1922)
• Gebeft gajes, leden van de rechtbank. (Maurits Dekker: Amsterdam bij gaslicht. 1949. Woordenlijst achteraan)
• Gebeft gajes, (Barg.) de heren rechters. (Fokko Bos: De vreemde woorden. Derde druk. 1955)