Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 05-07-2020

gast

betekenis & definitie

1) (1979) (euf.) klant van een escortdame.

• De dame in haar verzet zich uit alle macht tegen het idee een “ordinaire” hoer te zijn; welnee, zij is toch zoiets als “gezelschap”, of, om het in die kringen gebruikelijke jargon te bezigen, een “hostess” dan wel “escort guide”, in veel gevallen zelfs de vertrouwelinge van een eenzame heer, die in dit milieu nooit klant heet, maar “gast”. (Ischa Meijer: Hoeren. 1979)

2) (2000+) (jeugd) coole kerel, vergelijkbaar met het Amerikaans-Engelse 'dude'; som als aanspreekvorm van een jongen. Gast in de betekenis van 'kerel, vent' werd in Vlaanderen al in 1946 opgetekend.

• Ouwe, zo heet ik dus tegenwoordig. Of gast. Alles goed, gast? (Jeroen Guliker: Verborgen vrucht. 2011)
• Dat gassie haalt alleen maar rottigheid uit, hier in de buurt. (Joke J. Hermsen: Blindgangers. 2012)
• In het Nederlands maken de beugelbekkies, grindtegels en breezersletjes graag misbruik van woorden als ‘bizar’, ‘jongûh’, ‘vet’, ‘gast’, ‘boeie’, ‘leip’, ‘ouwe’, ‘beterrrr’ of ‘je weet toch’. (Jeroen Guliker: Niet voor tere zieltjes. 2015)
• Een vriend van me kent mensen die haar kennen. Ik ga uitzoeken waar ze vanavond is. Gast, als je haar scoort dan ben je gelijk een legende. (Raymond Pouw: Ibiza, en het verrotte leven van een jetset wannabe. 2015)
• Ik heb nog nooit een gast gepijpt, en ik wil deze gast hoegenaamd niet pijpen. (Griet Op de Beeck: Gij nu. 2016)
• Moois, dan is alles voor ons, gast. (Kees van Beijnum: Het mooie seizoen. 2017)
• Terwijl twee jongens van bijna twee meter lang over Jans voeten struikelden en weer doorliepen na een ‘sorry, gast’, keek Jan richting dansvloer. (Robert van Eijden: Paradijs bij het dashboardlicht. 2018)
• Hij moet vaak om dingen lachen die wij niet begrijpen en vice versa. Kent alle hoofdsteden van de wereld uit zijn hoofd maar heeft geen idee waar Assen ligt: zo’n gast. (Jacco Metselaar: Het kerstdiner. 2019)
• “Gast…” zei ik. “Ik woon niet op de Nassaukade.” (Cindy Hoetmer: Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar. 2020)