Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 28-06-2020

flo

betekenis & definitie

(1991) (sold. en mar.) (acron.) functioneel leeftijdontslag.

• (Fré Harmsen: Van baroe tot branie: termen en zegswijzen bij de Koninklijke Marine. 1991)
• De gehele DDG stond die morgen in het kader van mijn afscheid. Zoals gebruikelijk bij een flo maakte ook ik de laatste duik en deze vond plaats in de lastank. (Frans van Es: Who the fuck is Frans van Es? Een greep uit het leven van een marineduiker. 2002)
• Klaas is geen binnenslaper, zoals de meeste van zijn collega’s. Hij woont in De Haukes, niet ver van Anna Paulowna. Dagelijks stuurt hij met zijn burgerblik heen en weer. Soms gaat hij te voet, maar dat is een flink stuk stekkeren. Zijn vader begon ooit als dipli bij de baas en werd later BOT’er. Hij kreeg zelfs een bosrandmedaille. Nu is de beste man met flo. (https://magazines.defensie.nl/defensiekrant/2017/15)