Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 29-06-2026

ezelspaus

betekenis & definitie

(late middeleeuwen) (ook wel: zotten- of narrenbisschop) figuur uit een door de kerk verboden middeleeuws spotfeest, waarbij een lagere geestelijke of koorknaap tijdelijk tot paus of bisschop werd gekroond. Dit feest bespotte de eigen instellingen van de kerk en werd voor een deel op gewijde plaatsen gevierd. De christelijke theoloog en kerkvader Augustinus van Hippo verhief er zijn stem tegen. Een kerkvergadering van Toledo trachtte het in 633 af te schaffen, een provinciaal concilie van Trier in 1227 en een diocoesaan-synode van Utrecht in 1293 ijverden tegen het toneelspelen in kerken en op kerkhoven. Toch heeft het feest tot de 16e eeuw stand gehouden. Het woord ‘ezelspaus’ wordt eigenaardig genoeg niet vermeld in ons grootste woordenboek, het WNT.

• Dr. Worp spreekt van het Kerkelijk verzet, of dat alleen sloeg op het feest van den Ezelspaus. Maar ik twijfel. Het verbod werd in verloop van eeuwen telkens herhaald, betrof eerst de zuiver heidensche spelen, waartegen de Kerkvaders ijverden, en die natuurlijk nooit in de kerken, maar in de zuidelijke landen in het theater, het amfitheater en de arena gegeven werden. (Groot Nederland. Jaargang 2. 1904)
• Pas tegen het einde der middeneeuwen, wanneer de ruige volkskracht half gebroken, het verlangen naar vrijheid half gesmoord is, slaagt de kerk erin, aan het „feest van den Ezelspaus" met zijn woeste bacchanaliën een einde te maken. (De voorwaarden tot hernieuwing der dramatische kunst: een studie. 1924)
• Satyre bleef evenwel ook hier niet steeds buiten de bedoeling. Hetzelfde is 't geval met den zottepaus of ezelspaus. Op 1 Januari wilden de Middeleeuwers den ezel uit Bethlehems Kribbe eer bewijzen en brachten hem eenvoudigweg in de kerk. Tevens werd dan een der priesters als paus gekleed. (Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 06/11/1925)
• Bij het vieren van den „ezelspaus" trok een diaken of lagere geestelijke, voor een dag tot paus verkozen, op een ezel met andere lagere geestelijken door de stad en bootste met grappige gebaren en liedjes de hoogere geestelijken na. (Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden. 1939-1941)
• Men kan naar aanleiding hiervan allerlei mogelijkheden opwerpen, maar slechts één ding is zeker, dat er geen sprake is van ‘de verkeerde wereld’. Geen enkele twijfel laat ons hieromtrent het kinderbisschopsspel, waarbij een kinderschaar met een uit hun midden gekozen bisschop op Onnozele Kinderendag te kerk gaat. Ook het spel van de Ezelspaus hoort in de verkeerde wereld thuis, evenals een gebruik, dat ik eens meemaakte in een Hollands Katholiek ziekenhuis, waar op Onnozele Kinderendag de jongste zuster moeder-overste was. De verkeerde wereld werd binnen het kerkelijk verband herordend. (De Nieuwe Taalgids. Jaargang 37. 1943)
• … schoolfeesten als dat van de ‘bisschopskeuze’ op Onnozele Kinderen; feesten als dat van de ‘ezelspaus’ (een diaken werd tot ‘paus’ gekozen en trok op een ezel door de stad). Een aantal van de hier genoemde gebruiken komt voort uit Oudgermaanse riten en ontwikkelt zich nog verder gedurende de Middeleeuwen. (Spiegel der Letteren. Jaargang 6. 1962-1963)
• In de tweede bundel Swartkrans (1966) komen nauwelijks gedichten voor die over dichten en dichter handelen, maar wel klinkt hier het motief van de vermomming volledig door. De dichter speelt een spel mee met Kockijn, een zot op een middeleeuwse kermis die zich in de verschillende gedichten van de kennis-cyclus, „in het treurspel van bedrog", zich achtereenvolgens gedraagt als een klerk, een koningzot, een ezelspaus, of als lange loys, terwijl deze Kockijn pas in de Tempel der waarheid zijn vermomming afdoet: „ik zet de muts af met de bellen". (Trouw, 07/04/1967)
• In Nederland presenteerden Haarlemse scholieren al in 1539 met vastenavond hun „koning", ook onze „Kreesidentie" Den Haag kende al in vroege tijden carnavalskoningen. In België, in Veurne gewaagt men in 1453 van een scholieren-bisschop, een figuur, soms rondtrekkend op ene ezel die past in de middeleeuwse fêtes des fous (zottenfeesten) en in Ghistele in 1470 van een Ezelspaus. (Limburgsch dagblad, 12/02/1983)
• Volwassenen lieten het op de Dag van de 'onschuldige' kinderen echter niet aan hun hart komen. Top: "Zij verkozen een ezelspaus of zottenbisschop. Ook die mocht zijn duivels ontbinden." (De Morgen, 28/12/2005)

< >