(17e eeuw) (inf.) en.
• Hael mosselen, hael mosselen, Zeelantsche mosselen, varsch enne wit! (G.A. Bredero: De werken van. 1610-1620)
• Ik liet een paar gesmoorde tranen in mijn stem meeklinken, toen ik hem vertelde, dat ik gewoonweg dol was op 'De Roos van Dekama', enne thuis heb ik zulke prachtige boeken.... (Meyer Sluyser: Niemand die het antwoord weet. 1967)
• En datte is 'n jonge - enne die jonge het zoveel gepraat... enne toen kwam zijn opoe enne die zei: jij mag zooveel niet prate . . . Enne toen zei die jonge: enne ik praat lèkker wel ... (Herman Heijermans: Schetsen en vertellingen. 1974)
• Je moet er alleen zo nu en dan nieuwe batterijen in doen. Het zijn handige dingen, hoor. Enne. . . ik had eigenlijkje verjaardag vergeten, omdat ik griep had. (Thea Beckman: Wonderkinderen. 1984)
• 'Ik eh... op school hoorde ik van die discman, enne...' 'Ik weet al wat je wilt vragen!' valt Paul haar in de rede.(Carry Slee: Verdriet met mayonaise. 2011)
Gepubliceerd op 17-06-2020
enne
betekenis & definitie