Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 25-06-2026

eeuwig gaat voor ogenblik

betekenis & definitie

(17e eeuw) bekende versregel van Joost van den Vondel (1587-1679): uit 'Kinder-lyck' over het overlijden van zijn zoontje Constantijn. In 1965 publiceerde Garmt Stuiveling een dichtbundel, waarvan de titel ontleend werd aan Vondel's vers. De zin wordt met regelmaat aangetroffen op rouwprentjes.

• Constantijntje, 't zalig kijntje,
Cherubijntje, van omhoog
De ijdelheden hier beneden
Uitlacht met een lodderoog.
‘Moeder’, zeit hij, ‘waarom schreit gij?
Waarom krijt gij op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
Engeltje van 't hemelrijk;
En ik blink er, en ik drink er
't Geen de schinker alles goets
Schenkt de zielen, die daar krielen,
Dartel van veel overvloeds.
Leer dan reizen met gepeizen
Naar paleizen uit het slik.
Dezer wereld, die zo dwerelt:
Eeuwig gaat voor ogenblik. (Joost van den Vondel: Kinder-lijk. 1632)
• Vondel is nu te bedroefd om te denken aan het ‘eeuwig gaat voor oogenblik.’ - Als 2 jaar later zijn vrouw sterft, krijgt zijn moed een ‘krak’, zodat hij zijn heldendicht laat liggen. (Taal en Letteren. Jaargang 13. 1903)
• De Voorzienigheid heeft Vondel langzamerhand van zijn omgeving losgemaakt, om hem sterker naar zijn einddoel te laten streven. Is het hart van de man, waar zijn schat is, dan moet zijn schat stijgen tot verheffing van zijn hart. Een lief dochtertje sterft en hij ziet haar in de geest nog spelen op straat, terwijl ze een onvergetelijk kinderliedje neuriet; zijn Benjamin, die de naam van zijn lievelingswerk Constantijn mocht dragen, sterft en de vader ziet hem als een engel in de hemel zweven. De blik van de dichter is omhoog getrokken: ‘eeuwig gaat voor ogenblik’. (Gerard Brom: Vondels geloof. 1935)
• Alleen wanneer men de verschillende waarden juist weet te schatten, als men beseft, zoals Vondel het zo treffend zegt, dat „eeuwig gaat voor ogenblik’’, eerst dan kan welbewust en in volle overtuiging het besluit worden genomen, zich te scharen in het leger van die Koning, die zijn rijk niet heeft gevestigd in deze wereld, maar in de andere; niet in de tijd maar in de eeuwigheid. (Gazet van Limburg, 29/10/1949)
• Toen zijn Heer hem riep, was hij nauwelijks vier maanden, maar Eeuwig gaat voor ogenblik. (rouwbericht in Trouw, 05/06/1963)
• Enige en algemene kennisgeving „Eeuwig gaat voor ogenblik". Vondel. Nadat hij zijn ziekte op bewonderenswaardige wijze heeft aanvaard en gedragen is op de leeftijd van 62 jaar overleden onze zorgzame man, vader en onvergetelijke grootvader … (overlijdensbericht in Algemeen Dagblad, 10/09/1985)
• Ik heb op de normaalschool de regel 'Eeuwig gaat voor ogenblik' horen aanhalen. Wie kan me zeggen waar die gesitueerd moet worden? In de Nederlandse literatuur? Of in godsdienstige context? (De Standaard, 26/01/2008)
• Dichter Joost van den Vondel had dat gevoel ook. Direct na het plotselinge overlijden van zijn zoontje Constantijn, die nog amper in de wieg lag, schreef hij het gedicht Kinder-lijk. Hierin put hij troost uit de gedachte dat zijn zoon nu in de hemel is, waar hij als een blinkend engeltje "d'ijdelheden hier beneden / uitlacht met een lodderoog". De laatste regel vat het gedicht kernachtig samen: "eeuwig gaat voor ogenblik". (Trouw, 13/09/2010)
• Veel van onze spreekwoorden gaan terug op Latijnse bronnen of op de Bijbel, maar sommige vinden hun oorsprong in Nederlands literair werk. Zulke literaire spreekwoorden van Nederlandse bodem dateren gewoonlijk uit het grijze verleden, zoals 'eeuwig gaat voor ogenblik' (Vondel), 'de wereld is een speeltoneel (of: schouwtoneel), elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel' (idem), 'het kan verkeren' (Bredero) en 'in 't verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal' (Willem Bilderdijk). (Ton den Boon in Trouw, 14/09/2024)
• Franciscus van Assisi, wiens achtste eeuwfeest we dit jaar vieren, spreekt nog altijd velen aan. Niets veroudert daarentegen zo snel als modern zijn." Het gezegde 'Eeuwig gaat voor ogenblik' mag dus misschien wat strenger gelden. (Trouw, 28/04/2026)

< >