Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Gepubliceerd op 05-03-2024

driehoeksman

betekenis & definitie

(1934) (Ned., scheldw.) N.S.B'er. Een verwijzing naar het metalen driehoekig speldje met korte pin, dat NSB'ers als insigne droegen. Het woord werd niet opgenomen in de (papieren) Van Dale en ook niet in het 'Verklarend Oorlogswoordenboek' (1988) van G.L. van Lennep.

• Als wij beweerden, dat de N.S.B. antisemletisch was, dan was dat volgens onze driehoeksmannen altijd pure laster. (Het volk, 08/01/1934)
• Het is allemaal politieke draaierij en volksverlakkerij, wat de driehoeksman aan zijn lezers voorzet. Het is beneden de stand van het Maandblad, waarin de kopstukken van de R.K.S.P. schrijven. Laat men dan liever eerlijk en oprecht bekennen, dat men het in zijn hart helemaal eens is met de huidige calvinistische, liberale, kapitalistische politiek. (Onze vaan; orgaan van de RK Volkspartij in Nederland, 27/01/1939)
• De N.S.B.ers hebben de taal verarmd, doordat thans een aantal woorden niet meer met goed fatsoen gebruikt kan worden (kameraad, leider, kamer, gilde, enz.). Zelf ontvingen ze van het volk de schone namen van farizeeër, schooier, driehoeksman, houzeeër, houzemelaar, landverrader, getekende, uitgesteld lijk; ze werden aangeduid als iemand van 't handje of van de club, niet goed of verkeerd. (De Nieuwe Taalgids. Jaargang 38. 1945)
• “Voor de oorlog waren wij "een stel zoutzakken", aldus oordeelde de Driehoeksman in de brochure "Waarvoor vechten wij". Reeds eerder hebben wij in "Paraat" tegen dit denigrerende oordeel stelling genomen. (Paraat, 06/04/1945)