(19e eeuw) (inf.) erg harde schop (eigenlijk: tot de dood als gevolg). 'In voetbalterminologie: opzettelijke trap, bedoeld om iemand te blesseren. 'Doodschop om een hoekie'' is een voorzet-corner, hard en hoog voor het doel. (Rob Siekmann: Voetbalwoordenboek. 1978).
• Vervloekt! dat beest vliegt mij aan. Draai hem zijn nek om. Geef hem een doodschop! (Justus van Maurik: Krates, een levensbeeld. 1885)
• Geef hem 'n doodschop, Tinus! (Justus van Maurik: Papieren kinderen. 1888)
• Zou je ze geen doodschop geve? Nemen ze je nog in de veiling op de koop toe! (A.M. de Jong: Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)
• Doodtrap = een geweldige schop. Ain n doodtrap geevm. (K. ter Laan: Nieuw Groninger Woordenboek 1924-1929)
• Die regering zou je ook een doodschop geven. (Simon Carmiggelt: Een toontje lager. 1959)
• Jou zal ik te zijner tijd een doodschop verkopen, gevleugeld drankorgel. (Leonard Huizinga: Prins Adriaan en prins Olivier. 1969)
• Je zou ze een doodschop geven. (Simon Carmiggelt: Ze doen maar. 1976)
• De ontwikkeling van het sportlect heeft ook minder fraaie kanten. Zo noemde Koeman drie jaar geleden de 'doodschop' waarmee Hans Gillhaus in het EuropaCupduel tussen PSV en Girondins Bordeaux de voetballer Tigana uit de wedstrijd speelde 'klasse'. Het kwam Koeman te staan op een boete van 10.000 gulden en een wedstrijd schorsing. (NRC Handelsblad, 25/05/1991)
• (Jaap van der Wijk: Voetbalwoordenboek. 1997)
• Ik zal me aan land laten brengen en dan zal ik hem bedanken voor zijn diensten met een geweldige doodschop. (Peter Drehmanns: Blackpool. 2005)