Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 16-04-2023

doe wel en zie niet om

betekenis & definitie

(16e eeuw) (cliché) doe wat je denkt dat goed is zonder te verwachten dat je hiervoor geprezen wordt. Deze leuze (ontleend aan de bijbel) werd op verzoek van koning Lodewijk Napoleon in 1806 op een door hem ingestelde Nederlandse staatsridderorde gezet. Vgl. Fr. fais ce que dois, advienne que pourra.

• (P.J. Harrebomée: Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal. 1858-1862)
• ‘Hij heeft, meer dan een onzer, recht op een ridderorde. “Doe wel en zie niet om”, nog nooit heeft iemand het zoo glansrijk in praktijk gebracht als hij.’ (De Gids. Jaargang 49. 1885)
• Doe wel en zie niet om, is de regel dien ik heb zien volgen door elk die met milde hand kon geven. (A.L.G. Bosboom-Toussaint: De Delftsche wonderdokter. Deel 2. 1899)
• Doe wèl, er zie niet om, devies der Ridderorde van de Unie, ingesteld door Lodewijk Bonaparte, koning van Holland, omstr. 1806. Het is een overbekend en veelvuldig gebezigd gezegde ter aanwijzing van algemeene en onvoorwaardelijke weldadigheid. Misschien doelt het op Ev. Luk. 9 vs. 62. Spreuk van Piet Hein, baron van Doorn van West-Kapelle en Robidé van der Aa; fr. Fais ce que dois, advienne que pourra. (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899)
• ‘Doe wel zonder op de gevolgen van uwe daden te letten, zonder lof of dank daarvoor af te wachten’; Ndl. Wdb.[/i] X, 819. De beteekenis, die thans aan deze woorden wordt gehecht is gewijzigd, daar de eigenlijke zin der uitdr. is, dat iemand die wèl doet, niet angstig behoeft om te zien of zijne daden worden gadegeslagen, zooals blijkt uit den oudsten vorm, gelijk die voorkomt bij Goedthals, 70: die wel doet en dart niet omme zien; Prov. Comm. 247: die wel doet en derf niet om sien; Mergh 19: die wel doet daif niet om sien. Hiernaast komt de imperatief-vorm ook reeds vroeg voor blijkens Gruterus II, 137; I, 101: doet wel, ziet niet el (ook bij Spieghel, 275; Bebel, 345); Van de Venne 223: doet wel, en vreest niemant, Tuinman I, 344: Doet wel, en ziet niet om. Omzien is een teken van vreeze voor eenig volgend quaad. Maar die wel doet behoeft niet te vreezen, en heeft geen quaade gevolgen te ontzien; II, 169; Harreb. III, 50; 387; Joos, 172; WanderV, 347: wer wol thut der darff nit umbsehen. Dit tot aanvulling van ‘Doe wel en zie niet om,’ (F.A. Stoett: Nederlandsche speekwoorden en gezegden. 1923-1925)
• Och luister niet naar al die dwaasheden. Doe wel en zie niet om! (August Snieders: Werken. Deel 6. Waar is de vader? 1925)
• Die servicewagens beschikbaar stelden om pech of panne te verhelpen, alleen onder het motto „Doe wel en zie niet om", al zal het „Doe wel en zie niet om", al zal het ongetwijfeld een gevoel van grote tevredenheid geven. (Limburgsch dagblad, 22/05/1974)
• „Doe wel en zie niet om," zo zei Een veerpont midden op het IJ. Vervolgens heeft hij aangelegd Bij een café in Duivendrecht. (Het Parool, 29/01/1983)
• Het PBF was toen betrekkelijk onbekend. Het had een echte oud-fondsenmentaliteit van “doe wel en zie niet om” met weinig PR. (Neerlandia. Jaargang 100. 1996)

< >