(17e eeuw) (i.p.v. boenen ook kuisen) (inf.) drinken. Ook: zijn ribbenkast doorspoelen. Deze uitdrukking werd reeds opgetekend bij C. Huygens (Koren-Bloemen. 1619-1671).
• Drinken. Eentje schillen, een glaasje toeteren, de tanden spoelen, door ’t glaasje kijken, zijn glas kuisen, een fles knotsen, eentje snappen, de keel dopen, de ribben kuisen, eens opgieten, een paar flessen uitblazen, potten keren, zijn wieken smouten (smeren), zijn corridor spoelen. (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)
• (Paul van Riel: Kroegwoordenschat. 1998)