Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 01-02-2022

de heren der schepping

betekenis & definitie

(18e eeuw) (cliché, sch.) de mannen. Cliché. Vgl. Engels: the lords of creation. Duits: die Herren der Schöpfung.

• In mijn' vrije blije woning,
Is de Heer der schepping - koning
In zijn wijs, zijn zagt gebied
Kent men laage trotschheid niet… (Anoniem: Volks-liedjens, uitgegeeven door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (5 delen). 1789)
• De uitvoerige zorg die dat vereischte, die gij behoefdet, trotsche heer der schepping, die daar heenstapt als een pauw, en op laarzen met sporen… (Nicolaas Beets: Camera Obscura. 1841)
• (Taco De Beer & Dr. E. Laurillard: Woordenschat. 1899) (onder heeren)
• Als je bijna zeventig bent geworden zoals ik en in de wereld wat rond hebt gekeken, dan ken je de heren der schepping zo’n beetje... (Johan Fabricius: Flipje. 1936)
• „Pah,” zei hij. De man is de heer der schepping.” (Willy van der Heide in Jeugdkampioen, juli 1953)