Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 18-05-2020

C

betekenis & definitie

(1970) (afk.) cocaïne. Syn.: basterdsuiker*; bingo*; blokken*; borry*; charlie*; coco*; coke*; jayo*; jeho*; ketser* in de neus; kika*; koks*; lijntje*; nakkie*; neusje*; neuskruit*; neuzenvreugd*; niffi*; pof*; rellenpoeder*; rocks*; sannie*; sealtje*; sos*; sossa*; streep*; wit*; witte* motor; witte* sloper; yeyo*.
Vgl. ook H* (voor heroïne), M* (voor morfine) en O* (voor opium).

• Weet je waar je wijven geil mee maakt? Nee. Nee? Met cocaïne jongen, met C. (Arie B. Hiddema: Dag heer. 1970)