Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

Gepubliceerd op 11-05-2020

bug

betekenis & definitie

(1964) (< Eng.) afluisterapparaatje; verborgen microfoon.

• De „bug" is Ideaal voor het afluisteren van telefoons. Er zijn firma's die ze met speciale aansluitingsdraden leveren om de benodigde elektriciteit aan de telefoon zelf te ontlenen. Andere zijn aangesloten op batterijtjes voor gehoorapparaten. De modernste produkten bestaan uit vijf transistors, maar zijn zelden groter dan 2,5 cm in het vierkant en 1 cm hoog. De fabrikant geeft er meestal nog een gebruiksaanwijzing bij, omdat ze b.v. het beste vastgehaakt kunnen worden aan een buis (waterleiding, elektriciteit), een ledikantspiraal of een ander metalen voorwerp die mede als antenne kunnen dienen. (Leeuwarder Courant, 01/06/1964)
• Voor 2500 dollar zorgt hij er voor, dat vergaderruimten, laboratoria e.d. in twee dagen tij ds volledig ontdaan worden van elke „bug". Samen met een assistent onderzoekt hij muren, schilderijen, telefoons, elektrische leidingen, hij plaatst anti-apparatuur en levert desgewenst ook geluiddichte vertrekken, die in het midden van een conferentiezaal kunnen worden opgetrokken. (Nieuwsblad van het Noorden, 16/07/1966)
• Hij overdacht de mogelijkheid een harmonica-bug in het mondstuk van Dürrincks telefoon te doen plaatsen door een man van de Technische Dienst, verkleed in RTT-technicus, zodat àlles kon worden afgeluisterd … (Jef Geeraerts: Drugs. 1983)