Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 05-05-2020

bromkloot

betekenis & definitie

(19e eeuw) (scheldw.) mopperaar; chagrijnig persoon. In Deventer betekent het echter: bromtol.

• Bromkloot, m. top; Brompot, m. en v. grunter, grumbler. (K. ten Bruggencate: Engelsch Woordenboek. 1896)
• Bromkloot (Bromklouwt): Iemand die vaak moppert. BMW 44. (Casper van de Ven: De Brabantse spot- en scheldnamen. 2013)

< >