(1958) (gevangenentransport) stok die in de broek van vluchtgevaarlijke gedetineerden wordt aangebracht als veiligheidsmaatregel. In sommige verouderde gevangenissen ook tijdens het luchten gebruikt. Meestal wegens gebrek aan personeel. De stok verhindert het been een buigende beweging te maken waardoor vluchten zo goed als onmogelijk wordt.
• De verdachte erkende dat hij beleidsfouten had gemaakt. Maar hij had aversie tegen het aanleggen van boeien of een broekstok. (De Telegraaf, 21/02/1958)
• Er is geen sprake van dat gedetineerden in Zwolle een broekstok aan krijgen op andere momenten dan tijdens transport. En dan wordt de broekstok alleen nog gebruikt voor gedetineerden die als 'extreem vluchtgevaarlijk' worden beschouwd. (Het Parool, 26/03/1984)
• Met vluchtgevaarlijke en agressieve lieden nemen we uiteraard de nodige voorzorgsmaatregelen. Bij drie kruisjes achter een naam weet iedere parketwachter dat er risico's zijn. Zo'n man krijgt de broekstok in, die in elke wagen gereed ligt. Daar kom je absoluut niet mee weg. Als we naar het ziekenhuis moeten, gaan we met z'n drieën in burgerkleding, zodat de omgeving niet merkt dat we een gevangene begeleiden. Maar we blijven bij hem, ook als er poliklinisch een medische ingreep moet worden verricht. (Nieuwsblad van het Noorden, 14/01/1989)
• Van Miltenburg denkt dat de nieuwe registratieverplichting onder zijn personeel heeft geleid tot het minder snel omdoen van de handboeien. Hij ziet de knevelketting en de broekstok als eenvoudiger en humaner middelen, omdat de arrestant minder zichtbaar wordt 'vastgehouden. De knevelketting wordt losjes om één van de polsen van een arrestant gedraaid en pas verder aangedraaid als deze zich verzet. De broekstok wordt langs een been bij de broekspijp ingestoken, waardoor een arrestant zich niet hardlopend uit de voeten kan maken. (Limburgsch dagblad, 29/12/1994)