Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 29-04-2020

bong

betekenis & definitie

(1995) (drugs) (water)pijp in de vorm van een bokaal om marihuana of hasj te roken. Het verschil tussen een gewone waterpijp en een bong is de dikte van de pijp (bij een bong extra groot). In het Amerikaans Engelse taalgebied werd de term reeds in 1971 opgetekend.

• Dichter bij de waterpijp ligt de bongpijp. Een bong is een vrij brede, holle pijp met een laagje water. Op de top van een schuin omhoog stekend steeltje gloeit de rookwaar. De roker zet zijn mond aan de brede bovenzijde van de buis en trekt de rook door de laag water de pijp in. Het geheim van de bong is het 'klaboem'- of 'bong-effect'. Het inhaleren zorgt vóór onderdruk in de pijp. Door het openen van een klein luchtgaatje met de duim schiet de rook de longen in. lets verfijnder is de waterpijp of hookah. (De Volkskrant, 06/05/1995)
•Ik en nog een paar jongens gebruikten de kapotte onderzeeër om wiet te roken. We hadden een bong gemaakt van de rebreathers en niemand ruikt iets, want de geur blijft in de onderzeeër. (Jack Soren: Wereld zonder morgen. 2016)
• Ook had ik een waterpijp. De bong noemden mijn vrienden en ik die. Een grote plastic buis, rood en geel, met onderaan een grote bol voor het water. Daar hadden we een ritueel van gemaakt: bongen (werkwoord). (Henk van Straten: Wij zeggen hier niet halfbroer. 2017)

< >

Gebruik je Ensie vaker?

Word nu vriend voor slechts €8,95.

Word vriend