Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 20-05-2020

bolide

betekenis & definitie

1) (1975) (inf.) racewagen; dure, opvallende auto. Kracht, snelheid en schoonheid zijn belangrijk.

• Het soort individuen dat achter het stuur zat van deze bolides die zij bestuurden alsof het fietsen waren, kende hij bakkebaarden met onderaan een dikke tuf, hangsnorren, of een siergeheel samen met de tochtlatten. (Hugo Raes: Het jarenspel. 1981)
• En met een snelheid van negentig in het uur racet hij de hoek om, parkeert zijn bolide op de enig beschikbare parkeerplaats in de binnenstad.... (Louis Ferron: Hoor mijn lied, Violetta. 1982)
• Start je bolide en rijd naar de Simple Minds. (Herman Brusselmans: Heden ben ik nuchter. 1986)
• In bed trok ik stiekem de sprei om me strak en droomde dat ik in een snelle bolide zat. (Bart Chabot: Duingheest. 1990)
• Ik reed eens een keer in Fred zijn bolide mee. (Rascha Peper: Alle verhalen. 1997)
• Tibbolt stapt, om dichter bij Movo te komen, in zijn bolide -maar zijn ziel komt nog altijd te paard, op een sukkeldrafje, erachteraan. (A. F. Th. van der Heijden: De Movo tapes. 2003)
• Tijd is geld. In welke van deze bolides gaan wij onze reis aanvangen? (Myrthe van der Meer: Kalf. 2013)
• Hij belde me op en zei: ‘Zeg, wijffie, ik schuif zo de bolide voor jouw deur en dan zullen we eens even flink de bloemetjes gaan buiten zetten.’ (Elle van Rijn: Vier kinderen, drie mannen, twee carrières en een burn-out. 2015)
• Met je auto mag je hier het centrum niet in, dus was ze schokkend en krimpend naar de hoek van de eerste straat gewankeld waar je met je bolide komen mag. (Nanne Tepper: De kunst is mijn slagveld. Brieven 1993-2001. 2016)
• Toen we met z’n drieën door de garage liepen en ik onze auto zag, trok het bloed uit mijn gezicht. Van dichtbij waren deze bolides een stuk lager dan ik had gedacht. (Nando Boers: Zandvoort. 2020)

2) (1991) (wielr.) racefiets.

• ‘Dit was geen fietsen meer,’ aldus Jean Bobet, ‘het was waanzin.’ Zijn bolide Maserati gran turismo kon de twee tandems maar nauwelijks bijhouden. (Martin Ros: Wielerhelden. 1991)

< >