Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 22-04-2020

boenkie-boenkie-wagen

betekenis & definitie

(2000+) (jeugd) (Eng. boomcar) auto met een ingebouwde zeer krachtige geluidsinstallatie.

• De boodschappenkar is nu een echte 'boenkie-boenkie-wagen'. De auto werd laag, de kokosmatten vlogen eruit, een versterker kwam erin. Maar af is de auto nog lang niet. Een boodschappenkarretje ja. Een vehikel voor oude dames. Maar na anderhalf jaar tunen heet de Seat Arosa van Rob Kaayk'Heavy R.', en staat hij als een groen racemonstertje te glimmen op de Full Speed autotuningbeurs in Zwolle. Met als publiek een eindeloze rij jongens met petjes. (de Volkskrant, 27/09/2004)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.