Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 08-05-2026

blikken Tinus

betekenis & definitie

(1941) (spoorw.) bijnaam van de locs van de serie 2100. Maakten een rammelend geluid als van blik. Tinus is hier gewoon een eigennaam.

• Hé, kijk eens gauw dien kant uit, daar loopt op het derde perron net een Blikken Tinus binnen!’
‘Blikken Tinus,’ schaterde Jan, ‘waarom scheldt u die locomotief daarvoor uit?’
‘Hoor maar eens goed. Hoor je dat eigenaardige, holle metaalgeluid van de koppelstangen? Daaraan heeft ie den bijnaam Blikken Tinus te danken. Het zijn oude sneltreinlocomotieven van de H.Y.S.M. (W.N. van der Sluys jr.: 1000 k.m. op een groene Jumbo. 1941 2e druk)
• Als speciale benaming kan genoemd worden Tante Anna voor 8401, in 1945/1946 in depot Utrecht, blikken tinus voor een 2100. (Rail en weg, Volumes 24-26. 1951)
• (G.J. Paulus en K. Worp: Op de stoomlocomotief. 1985)
• Het werd toen gemakkelijker van een 2100 of een 3700 te spreken dan van een Blikken Tinus of van een Jumbo. Veel bijnamen zijn echter bij het personeel nog in gebruik gebleven. (Onze Taal. 1990)
• Je had vroeger locomotieven met namen als: Blikken Tinus, Strijkbout, Schommelkont, Manke Nelis, Kerstboom en Beel. (Arie Bras,Wim Daniëls: Dakhazen en bretelpiano's. 2012)

< >